Activiteitenverslag 2015

Geplaatst op

Wij werken voor u

Activiteitenverslag van de
Gewestelijke Overheidsdienst Brussel

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

INHOUD

 

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

WOORD VOORAF

Wat doet de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel voor u? Wat is zijn invloed op uw dagelijkse leven? Dat hebben we proberen te benadrukken in dit activiteitenverslag 2015.

U tot dienst zijn is immers onze bestaansreden. We dragen een verantwoordelijkheid ten opzichte van u, of u nu een burger, onderneming, institutionele partner, vereniging of de overheid bent, en we willen die zo goed mogelijk opnemen.

In dit verslag vindt u een overzicht van de voornaamste projecten die we in 2015 hebben uitgevoerd om onze verbintenissen na te komen. De verscheidenheid aan thema’s die erin aan bod komen weerspiegelt de veelheid aan bevoegdheden van de GOB: nabijheid, levenskwaliteit, leefmilieu, diversiteit, expertise en goed beheer van de Brusselse overheidsfinanciën.

Sommige van onze acties hebben een rechtstreekse en heel zichtbare invloed op uw dagelijkse leven. Bijvoorbeeld het beheer van de dienstencheques, de organisatie van de middenjury, de aanleg van een nieuwe tramlijn, de afbraak van een viaduct of de vereenvoudiging van procedures of wetgeving zoals de fiscale hervorming of de hervorming van het Brussels Wetboek voor Ruimtelijke Ordening (BWRO).

Andere ingrepen zijn minder zichtbaar, maar evenzeer essentieel. Via subsidies aan de gemeenten bevorderen we bijvoorbeeld de indienstneming van jongeren uit wijken met een hoge werkloosheidsgraad. Met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) financieren we ook gerichte projecten zoals werkzaamheden met het oog op energiebesparing in de gemeenten.

We zorgen voor bewustmaking over heel belangrijke thema’s zoals gelijke kansen en diversiteit en verstrekken expertise en advies door opleidingen te organiseren en informatie, middelen en competenties ter beschikking te stellen.

Dat is natuurlijk alleen maar mogelijk dankzij een rigoureus financieel en budgettair beheer, samen met een doordacht en oordeelkundig fiscaal beleid.

Een waaier aan functies, competenties en persoonlijkheden ten dienste van een heel breed publiek met erg uiteenlopende profielen, interesses en verwachtingen.

We zijn trots dat we u dit alles kunnen tonen aan de hand van getuigenissen van onze personeelsleden die hun beroep met hartstocht uitoefenen. We zouden hen daarvoor hartelijk willen bedanken.

We wensen u veel leesplezier toe.

Christian Lamouline, Secretaris-generaal

Norbert De Cooman, Adjunct-secretaris-generaal

horizontal rule - iris

De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel is een belangrijke hefboom voor de werking van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Elke dag opnieuw kunnen we rekenen op de medewerking van vrouwen en mannen die ervoor gekozen hebben om zich in te zetten voor de dienstverlening aan de burgers. Door kwalitatieve diensten aan te bieden, helpen zij meebouwen aan een gewest dat trots is op haar diversiteit en waar het goed samenleven is. Hun inzet is van cruciaal belang voor de uitvoering van het regeringsbeleid. Met dit verslag toont de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel zijn wil om een instelling te zijn die uitblinkt in zijn bevoegdheidsdomein en om een doeltreffend antwoord te bieden op de behoeften van alle Brusselaars. Door rekening te houden met de diversiteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kunnen de overheidsdiensten hun bijdrage aan de levenskwaliteit in ons mooie Gewest verbeteren. De inspanningen die geleverd worden om de administratieve procedures te moderniseren en te vereenvoudigen, verbeteren tegelijkertijd ook de toegankelijkheid van de diensten voor de burgers en de ondernemingen. Burgercommunicatie en -participatie winnen ook aan belang. Meer dan ooit moeten we de burgers betrekken bij het beleid en tonen dat zij een beroep kunnen doen op de regering en haar administratie om de aantrekkelijkheid van ons Gewest en het welzijn van onze inwoners, bezoekers en werknemers, te handhaven. Het is dankzij een partnerschap dat berust op vertrouwen en aandacht voor de burgers dat we, samen, ons Gewest kunnen helpen om het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen van vandaag en morgen.

Fadila Laanan, Staatssecretaris bevoegd voor Ambtenarenzaken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

Hier is een photo van de directieraad, met :

Dirk De Smedt, Directeur-generaal van Brussel Fiscaliteit

Arlette Verkruyssen, Directeur-generaal van Brussel Stedelijke Ontwikkeling

Michel Van Der Stichele, Directeur-generaal van Brussel Plaatselijke Besturen

Christian Lamouline, Secretaris-generaal

Norbert De Cooman, Adjunct-secretaris-generaal

Julie Fiszman,Directeur-generaal van Brussel Financiën en Begroting

Peter Michiels, Directeur-generaal van Brussel Economie en Werkgelegenheid

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin

INLEIDING

Onze inzet

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en zijn overheidsdienst worden met de volgende grote uitdagingen geconfronteerd:

  • de versterking van de sociale verbondenheid;
  • de ontzuiling van de gewestelijke bevoegdheden;
  • het beheer van de demografische groei;
  • de evenwichtige en harmonieuze ontwikkeling van het grondgebied;
  • de kwaliteit en toegankelijkheid van woningen;
  • een duurzaam milieubeheer;
  • de economische ontwikkeling en het drieluik onderwijs – opleiding – werkgelegenheid;
  • mobiliteit, gericht op openbaar vervoer en actieve modi;
  • het beheer van de fiscaliteit;
  • de complementariteit tussen het gewestelijke en gemeentelijke beleid;
  • de promotie van het internationaal imago van het Gewest;
  • het beheer van de nieuwe bevoegdheden verworven in het kader van de zesde staatshervorming;
  • de administratieve vereenvoudiging;
  • het diversiteitsbeleid en de strijd tegen discriminatie.

Onze opdrachten

Om haar beleid uit te voeren, steunt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voornamelijk op de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (GOB). De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel bereidt het gewestelijk beleid voor en voert het op coherente, efficiënte en transparante wijze uit, om de burgers en de Brusselse ondernemingen een hoogstaande dienst te leveren in een context van duurzame ontwikkeling en met respect voor de waarden van de openbare dienst.

Dit zijn de algemene opdrachten van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel:

  • de economische ontwikkeling en het scheppen
    van werkgelegenheid bevorderen;
  • de openbare ruimte inrichten en de uitrustingen
    voor mobiliteit en onroerend erfgoed beheren;
  • de ontwikkeling van het grondgebied aansturen door middel van stadsplanning, de bescherming van het bouwkundig erfgoed, stadsvernieuwing en kwaliteitsvolle huisvesting;
  • de overheidsfinanciën beheren en de controles organiseren;
  • de gewestelijke ontvangsten innen en de fiscale bevoegdheden beheren;
  • de plaatselijke besturen organiseren, adviseren,
    controleren en financieren;
  • zorgen voor een efficiënte vertegenwoordiging van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel bij nationale, Europese en internationale instanties, rekening houdend met de rol van Brussel als hoofdstad van Europa;
  • de acties van de besturen coördineren en de besturen ondersteunen aan de hand van een adequaat HR-beleid en een kwaliteitsvolle infrastructuur.

De directieraad

De directieraad heeft de leiding over de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. Hij is taalparitair en bestaat uit acht leidende ambtenaren.

De directieraad werkt nauw samen met de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Hij beheert de dossiers die tot zijn bevoegdheden behoren op administratief, technisch en juridisch vlak en legt deze vervolgens ter beslissing voor aan de gewestministers. Hij is verantwoordelijk voor de algemene organisatie, het beheer en de coördinatie van de opdrachten van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. Hij houdt toezicht op de acties die in dit kader worden ondernomen door de besturen en de diensten. Hij neemt ook verschillende beslissingen betreffendepersoneelszaken en heeft de bevoegdheden die hem in het personeelsstatuut zijn toegewezen.

De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, dat is*:

  • 7 besturen
  • 1858 personeelsleden
    • Verdeling van de personeelsleden per bestuur:
      • Brussel Gewestelijke Coördinatie: 431
      • Brussel Stedelijke Ontwikkeling: 319
      • Brussel Economie en Werkgelegenheid: 295
      • Brussel Financiën en Begroting: 100
      • Brussel Fiscaliteit: 119
      • Brussel Mobiliteit: 487
      • Brussel Plaatselijke Besturen: 103
      • Andere (Brussels Observatorium voor Preventie en Veiligheid): 4
    • Verdeling vrouwen en mannen:
      • 1.000 vrouwen
      • 858 mannen
    • Verdeling van de personeelsleden per niveau:
      • Universitair: 799
      • Bachelor: 374
      • Hoger middelbaar: 444
      • Geen diploma vereist: 241
    • Verdeling contractuelen en statutairen:
      • 845 contractuele personeelsleden
      • 1013 statutaire personeelsleden
  • Gemiddelde leeftijd van de personeelsleden: 44,93 jaar
  • 62,92% van de personeelsleden opgeleid
  • 6 sites
    • City Center
    • CCN
    • Brussels Invest & Export – Louizalaan
    • De delegatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de Europese Unie, Wetstraat
    • Regie der Wegen, Delta
    • Laboratorium Brucefo
  • 29,70% van de personeelsleden telewerkt structureel dan wel occasioneel
  • Budget:
    • Inkomsten 2015 (Uitvoering)
      • Gewestelijke belastingen: 34%
      • Gewestelijke heffingen: 4%
      • Gewestelijke PB + solidariteitsmechanisme: 28%
      • Overgedragen bevoegdheden zesde staatshervorming: 15%
      • Correcte financiering van de Brusselse instellingen: 10%
      • Inkomsten van de agglomeratie: 4%
      • Andere inkomsten: 5 %
    • Uitgaven 2015 (Uitvoering):
      • Beheer van de gewestelijke instellingen: 17,66%
      • Steun aan plaatselijke besturen: 14,23%
      • Werkgelegenheid en economische ontwikkeling 23,91%
      • ICT en wetenschappelijk onderzoek: 2,36%
      • Mobiliteit en transport: 21,26%
      • Leefmilieu en openbare netheid: 8,68%
      • Ruimtelijke ordening: 8,44%
      • Schuldenlast: 3,14%
      • Andere: 0,31%
  • Ecologische voetafdruk
    • Energieverbruik
      • Verbruik 100% gerecycleerd papier: 53,225 ton, -40% in vergelijking met 2012
      • Waterverbruik: 16548 m³, -33% in vergelijking met 2012
    •  Mobiliteit:
      • Aantal dienstvoertuigen (wagens): 69, -21% in vergelijking met 2012
      • Aantal elektrische voertuigen: 30
      • Aantal hybrides: 29, +725% in vergelijking met 2012
      • CO2-uitstoot: 49 gr CO2/km , -61% in vergelijking met 2012
      • Gemiddelde Ecoscore: 82, +19% in vergelijking met 2012
      • Aantal dienstvoertuigen (bedrijfswagens): 13, onveranderd in vergelijking met 2012
      • Brandstofverbruik: 60.847km, -43% in vergelijking met 2012
      • Dienstverplaatsingen met de fiets: 1.213, +30% in vergelijking met 2012
  • Netwerk van 93 economische en handelsattachés, onder wie 34 Brusselaars, in 140 landen verspreid over de vijf continenten.
  • 1 handvest en 5 waarden (respect, klantgerichtheid, uitmuntendheid, integriteit, solidariteit)

*Cijfers op 31/12/2015

horizontal rule - iris

naar begin

WE BRENGEN BURGER EN OVERHEID DICHTER BIJ ELKAAR

We brengen niet zomaar de burgers in contact met het bestuur: we brengen ze elke dag dichter bij elkaar zodat hun interactie efficiënter verloopt, zowel privé als in het openbaar. De applicatie FixMyStreet bijvoorbeeld, biedt de mogelijkheid om in twee muisklikken een incident of een gebrekkigheid in de Brusselse openbare ruimte te melden, een revolutionaire toepassing, voor zowel de burger als de overheid.

“Dichter bij elkaar brengen” houdt ook in dat we het debat over een maatschappelijk probleem in het hart van de hoofdstad durven te voeren. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de campagne tegen intrafamiliaal en partnergeweld.

“Dichter bij elkaar brengen” betekent ook dat we de toegang tot nabijheidsdiensten vergemakkelijken. Brussel Economie en Werkgelegenheid heeft in 2015 de regionalisering van bepaalde bevoegdheden voorbereid en uitgevoerd, waaronder het beheer van dienstencheques. Alle meerderjarige personen met domicilie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zullen op een eenvoudige, zekere en flexibele manier huishoudhulp kunnen blijven inzetten. Personen met een beperkte mobiliteit kunnen ook een beroep doen op vervoersdiensten.

 

Brussel doorbreekt de spiraal van intrafamiliaal geweld

Het Gewest zet zich in tegen partnergeweld en intrafamiliaal geweld.

162 sterfgevallen… bewustwording is nodig

Ons land kende 162 fatale slachtoffers van partnergeweld in 2013. Dat zijn er meer dan drie per week. Als we dit omzetten naar procent van de totale bevolking, dan komen we uit op een percentage dat hoger ligt dan in andere Europese landen, zoals Spanje en Frankrijk. Al kent deze vorm van geweld gelukkig niet altijd een dodelijke afloop, toch kunnen de gevolgen ervan een leven lang doorwegen.

De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel voert al jaren
actie tegen partnergeweld. We streven hierbij geen ideaal na en wijzen ook niemand met de vinger, maar we ijveren voor bewustwording, wat op zich al een belangrijke stap is. Slachtoffers moeten beseffen dat zij wel degelijk aan die situatie kunnen ontsnappen. Geweldplegers moeten bewust worden van de ernst van hun daden en de permanente schade die ze hun partner toebrengen. En tot slot moeten ook getuigen, vrienden en familieleden weten dat zij het verschil kunnen maken door niet te blijven toekijken.

Onze boodschap uitdragen

Op initiatief van de Brusselse staatssecretaris voor Gelijke Kansen heeft de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel dan ook een grote communicatiecampagne tegen partnergeweld en intrafamilaal geweld opgezet in 2015.

Deze campagne werd gestuurd door de directie Gewestelijke Gelijke Kansen, die ook verantwoordelijk is voor de coördinatie op gewestelijk niveau met betrekking tot gendergerelateerd geweld. De bedoeling van de campagne was om een aantal prioritaire acties inzake sensibilisering en voorlichting uit te werken.

Het startschot voor deze acties werd gegeven op 18 november 2015, niet toevallig in de week die voorafging aan de internationale week ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. Feit is dat vrouwen vaker getroffen worden door partnergeweld dan mannen – hoewel ook zij niet gespaard blijven. Zes keer meer vrouwen dan mannen zijn het slachtoffer van doodslag door hun partner en bovendien zijn vrouwen zeven keer vaker het slachtoffer van seksueel geweld.

De campagne ging officieel van start op het Beursplein, in het hart van het historisch centrum van Brussel. We kozen resoluut voor een originele manier om de campagne in de verf te zetten in de pers en bij het grote publiek.

Daarom werd de campagne niet gelanceerd met een gewone persconferentie, maar met een volledige dag die in het teken stond van de veroordeling van geweld door alle Brusselaars. Een oproep om gendergerelateerd geweld te veroordelen en te bestrijden. Een oproep gedragen door de inwoners van dit Gewest, ongeacht geslacht, identiteit of voorkeur.

We gingen op zoek naar vrijwilligers en onze oproep werd massaal beantwoord: via organisaties zijn we erin geslaagd om 162 personen te vinden die bereid waren om één voormiddag vrij te maken voor deze actie.

Menselijke domino voor de beurs

In navolging van soortgelijke acties in het buitenland, hebben we een menselijke domino in de vorm van een wit lint – het internationale symbool van de strijd tegen geweld tegen vrouwen – gevormd op het Beursplein. Op de trappen van de Beurs lazen journaliste Myriam Leroy en acteur Aboubakr Bensaihi in koor met een Brusselse theatergroep de getuigenissen van slachtoffers, statistieken en feiten voor.

“Hij bedreigde me met een mes. Hij zei dat hij me ging doden. Hij dwong me tot seks.”

De dader tracht vaak zijn gewelddaden te verantwoorden of te minimaliseren. Hij deinst er zelfs niet voor terug om zijn slachtoffer in te prenten dat zij de schuldige is.

Terwijl deze woorden nog lang over het Beursplein nagalmden, vielen de 162 menselijke domino’s één voor één om. Het beeld was sterk symbolisch geladen. Want als we niets ondernemen, dan zal de eindeloze spiraal van geweld die zovele mensen treft, nooit stoppen en slachtoffers blijven maken. Toen alle vrijwilligers op de grond lagen, trokken ze tegelijkertijd een wit laken over zich heen, als een reusachtige lijkwade. Het plein hulde zich in een wit doek en gedurende enkele minuten was het muisstil. Tientallen mensen lagen op de koude grond en hielden hun ogen gericht op de voorbijtrekkende witte wolken, als stille getuigen van een begrafenisstoet. Vele deelnemers en toeschouwers beschreven dit als een erg aangrijpend moment.

Een grootschalige campagne

Dit evenement vormde de aftrap van een veertiendaagse campagne die in het teken stond van projecten en activiteiten die georganiseerd en vooral gesteund werden door het Gewest. Meer dan twintig Brusselse verenigingen ontvingen in 2015 financiële steun van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel om zelf actie te voeren tegen partnergeweld en intrafamiliaal geweld. Sommige onder hen ontwierpen toolkits voor leerkrachten, andere brachten deskundigen bijeen om te debatteren over betere opvang of preventie of zetten bewustmakingscampagnes op in de straten of op het internet.

Onze eigen affichecampagne was gedurende enkele weken zichtbaar in het Brussels straatbeeld en aan de haltes van het openbaar vervoersnet. De campagnebus toerde tien dagen lang door Brussel en hield halt op de drukst bezochte plaatsen.

Niettegenstaande de nooit geziene situatie waarin Brussel eind 2015 verkeerde, werd de campagne toch voortgezet dankzij vrijwilligers en organisaties die zich bleven inzetten in de strijd tegen deze problematiek. De solidariteit en cohesie van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden zwaar op de proef gesteld in de afgelopen maanden. Het is net in zulke tijden dat we onze opdracht van openbare dienstverlening moeten volbrengen, onze waarden moeten uitdragen en de rangen sluiten met alle Brusselaars.

Pieter-Jan De Buyst

Dirk Gille

Een geregionaliseerd dienstenchequesysteem

De regionalisering van de dienstencheques is de bevoegdheidsoverdracht die de meeste indruk heeft gemaakt. En terecht.

Brussel Economie en Werkgelegenheid heeft in 2015 nieuwe bevoegdheden overgenomen als gevolg van de zesde staatshervorming. Eén van die bevoegdheden was het beheer van de dienstencheques.

In het brussels hoofdstedelijk gewest waren de dienstencheques goed voor(1):

  • 99.097 gebruikers;
  • 15.780.121 aangekochte cheques;
  • 305 erkende bedrijven;
  • ongeveer 22.000 werknemers;
  • een gewestbudget van 205.772.000 euro.

Het Opleidingsfonds dienstencheques ondersteunt de opleiding van de werknemers uit de sector door opleidingen te erkennen en tussen te komen in de opleidingskosten. Het Fonds werd op 1 april 2015 overgeheveld naar BEW. Van april tot december heeft het bestuur 535 terugbetalingsaanvragen behandeld, voor een totaalbedrag van bijna 700.000 euro. Niet minder dan 6.409 werknemers kregen een opleiding, doorgaans betrof het vormingen ergonomie en veiligheid op het werk.

Brussel Economie en Werkgelegenheid heeft pas sinds 1 januari 2016 de volle en volledige verantwoordelijkheid over het beheer van de dienstencheques. Gedurende het hele jaar 2015 werden er evenwel reeds voorbereidingen getroffen. Er werden onder meer verschillende wet- en regelgevende teksten aan de context van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangepast. Daarnaast werd er een overeenkomst gesloten met Sodexo, de onderneming die verantwoordelijk is voor de uitgifte en de terugbetaling van de dienstencheques.

Georges Van den hende

(1) Cijfers 2015

 

FixMyStreet: een revolutie die uitbreidt

De mobiele applicatie die de overheid op de hoogte brengt van gebreken in de openbare ruimte vindt steeds meer partners bereid om mee te werken.

De applicatie FixMyStreet – in 2013 gelanceerd door Mobiel Brussel, het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG)en de Brusselse gemeenten – is bedoeld om een incident of een gebrek in de openbare ruimte te melden. Dat kan gaan van een kuil in de weg tot een probleem met de stadsverlichting. Enkele klikken op de smartphone volstaan om het gebrek te melden. Neem een foto, duid de locatie aan op de kaart, en hop, de melding wordt verstuurd. De burger hoeft zich niet af te vragen wie zijn melding behandelt (de gemeente, het Gewest of een ander bestuursniveau): de toepassing stuurt automatisch de melding naar de juiste persoon van de bevoegde dienst. De applicatie biedt ook de mogelijkheid om de status van de verschillende meldingen op te roepen.

Ook voor de overheidsdiensten is FixMyStreet een revolutionaire toepassing. De problemen in de openbare ruimte zijn sneller gekend, en het platform vergemakkelijkt het contact tussen de diensten die de wegen beheren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Sinds 2015 zijn 19 Brusselse gemeenten toegetreden tot het project, samen met partners Proximus, Vivaqua, Sibelga en Telenet…; en de laatste nieuwkomer is Net Brussel!

Camille Thiry

FixMyStreet heeft eind 2015 zelfs de “Smart City Technology Award” in de categorie “digitaal” in de wacht gesleept voor het beste smart-city-project op het vlak van digitale communicatie en intelligente digitale infrastructuur.

om ER meer over te weten : www.fixmystreet.brussels

 

Véronique Vanderveken, Directie Beheer en Onderhoud van de wegen (Brussel Mobiliteit) dispatching en opvolging van klachten

“Ik zorg nu al bijna drie jaar, sinds de start van het platform, voor de dispatching en de interne opvolging van alle klachten die binnenkomen via FixMyStreet en die betrekking hebben op de gewestwegen, ongeacht of het gaat over bestrating, planten of ongevalsschade … Ik vertegenwoordig ook het Gewest in de maandelijkse begeleidingscomités, waar we de ontwikkeling van het systeem bespreken met de talrijke betrokken partijen (gemeenten, nutsbedrijven, enz.). De tool is inmiddels uitgebreid, zowel in ontwerp als in werking. Ik gebruik hem elke dag en vind het een uitstekend initiatief. Hij maakt het leven van veel mensen eenvoudiger: beroepsmensen en burgers kunnen gemakkelijk tekortkomingen melden zonder zich het hoofd te hoeven breken over de persoon of de dienst die hen te woord kan staan; bovendien wordt ook het werk van de administratie vereenvoudigd, omdat alle informatie op één enkel document wordt verzameld, met een beschrijving, foto’s, enz. Ik kan dus vlotjes de melding over het gebrek naar de juiste dienst sturen. En zo kan het probleem sneller opgelost worden.”

horizontal rule - iris / séparateur - logo irisnaar begin

WE VERBETEREN ONZE LEVENSKWALITEIT

Uw dagelijks leven verbeteren is ons dagelijks werk! Deze verbeteringen namen verschillende vormen aan in 2015. Eén daarvan was de afbraak van het Reyersviaduct. Afgezien van de economische overwegingen is de afbraak van dit symbolische bouwwerk een nieuwe stap op weg naar een duurzame mobiliteit in onze hoofdstad. De nieuwe tramlijn die Simonis moet verbinden met het noorden van het Heizelplateau vergemakkelijkt de toegang tot het commerciële hart van Jette, de scholen, de Modelwijk, het UZ Brussel en de attractiepool op de Heizel.

2015 was ook het jaar waarin “Brussels Smart Mobility” werd opgericht, een platform dat verschillende actoren verenigt rond een gemeenschappelijke doelstelling: de zgn. intelligente mobiliteit in ons Gewest, met name door de stad aangenamer, aantrekkelijker en toegankelijker voor iedereen te maken, waarbij zo weinig mogelijk schade wordt aangericht aan het milieu, betere mobiliteitsdiensten worden aangeboden en de openbare ruimte optimaal wordt benut.

Grote projecten ten voordele van een nieuwe mobiliteit

Eindstation voor EEN Symbool

In 2014 keurde de Brusselse regering de afbraak van het Reyersviaduct goed, nadat bleek dat de renovatiekosten te hoog zouden oplopen en de werken te zwaar zouden zijn.

afbraak van het reyersviaduct

Vooraleer de afbraakwerken van start konden gaan, moest het asbest uit het bouwwerk worden verwijderd (in de verf op de onderzijde van het brugdek – de dragende structuur van het viaduct – en in de kolommen van de pijler). Al deze ingrepen kwamen uitgebreid in het nieuws in de zomer en herfst van 2015. Het Reyersviaduct werd eind jaren ‘60 gebouwd in een tijdsgeest waarin de auto een onaantastbare, centrale plaats had. De sloop van het viaduct had dus een erg symbolische waarde. Het zijn grote werken die de Reyerslaan opnieuw de allure van stadslaan hebben gegeven!

Bye bye reyers

Op 12 juli 2015 verzamelde een dichte menigte zich aan de voet van het viaduct. Brussel Mobiliteit organiseerde er een afscheidsceremonie voor de betonnen reus. Een mobiele brug bood de dapperste nieuwsgierigen de kans om zich op een hoogte van 60 meter een idee te vormen van de grondinname van het viaduct in de wijk. De omwonenden waren tevreden, maar toch ietwat ongerust: met de verdwijning van het viaduct zou de wijk weliswaar extra zuurstof krijgen en zou er meer ruimte vrijkomen, maar wat zou het effect zijn op het verkeer?

Asbestverwijdering onder streng toezicht!

Eind juli werden de eerste stellingen op het Reyersviaduct gemonteerd. De asbestverwijderingswerken gingen snel van start na het einde van het bouwverlof. De werken beantwoordden aan erg strenge aannemingsvoorwaarden: ze vonden plaats in een hermetisch afgesloten zone omgeven door een krimpfolie. Het viaduct leek wel op een reusachtig stadsspook. Tijdens de werkzaamheden werden regelmatig ‘rooktests’ uitgevoerd om zeker te zijn dat er geen asbestvezels vrijkwamen. De gekozen aannemer koos voor een volledig automatische asbestverwijdering: het asbest werd weggenomen door een robot, een rupsvoertuig dat de asbesthoudende materialen verwijderde met behulp van een krachtige waterstraal. De robot zoog vervolgens het water onmiddellijk op en filterde het, tot alle vezels verdwenen waren. Dankzij deze automatische methode verliepen de werken twee keer sneller dan met de manuele methode. Het asbest werd daarna in speciale containers geplaatst en afgevoerd naar een beveiligde opslagplaats.

Sloophamers in actie

Van zodra het betonnen monster asbestvrij was, begon het sloopwerk. Dat verliep in twee fasen: de afbraak van het brugdek (horizontale deel van de brug), gevolgd door de sloop van de toegangshellingen (afhellende delen van de brug). De reden waarom de machines eerst het brugdek aanpakten, was om zo snel mogelijk het Diamantkruispunt opnieuw open te stellen voor het verkeer. Brussel Mobiliteit trachtte de hinder voor de omwonenden en gebruikers van de wijk zo minimaal mogelijk te houden, wat geen sinecure was met zulke enorme werken.

De interventies verliepen snel en waren indrukwekkend… In één week tijd verdween het bijna 225 meter lange brugdek en veranderde het aanzicht van de wijk voor altijd! Brussel Mobiliteit bracht een tijdelijke dekplaat aan en legde het Diamantkruispunt voorlopig aan. De definitieve renovatie volgt samen met de geplande renovatie van het Meiserplein, de aanleg van Parkway E40 en de ontwikkeling van de mediapool aan de Reyerslaan. Maar eerst moesten de ingenieurs ondergrondse werken uitvoeren om de pre-metroplaat te verstevigen om zo de hellingen van het viaduct in alle veiligheid te kunnen slopen.

Camille Thiry

 

In cijfers

Op een gewone weekdag leidde het viaduct op 24 uur tijd gemiddeld 15.500 voertuigen richting Meiser en 18.000 richting Montgomery… Het viaduct werd gebouwd tussen 1969 en 1972, vóór de aansluitingstunnels aan de op- en afritten van de E40 op het bestaande wegennet. Het viaduct heeft nu zijn stedelijke relevantie verloren omdat een groot deel van de stromen die de nabijgelegen E40 op- en afrijden, voortaan ondergronds passeren.

 

Eric Monami-Michaux, Directie van de Projecten en Werken (Brussel Mobiliteit), Ingenieur, coördinator van het Reyers-project

Eric Monami-Michaux, u bent de coördinator van het Reyers-project. Wat houdt dat precies in?

Ik zie mijzelf als een soort bemiddelaar, als iemand die ervoor zorgt dat alles gesmeerd verloopt. Ik volg het project op en coördineer de taken van de verschillende betrokken partijen binnen één globale visie. Om het project te doorgronden en te kunnen ingrijpen waar nodig, moet ik alle vergaderingen bijwonen (met de omwonenden, politici, aannemer). Ik moet enerzijds een helikopterzicht hebben op het dossier: alle parameters begrijpen, een strategische visie voor de wijk hebben, andere projecten integreren (Mediapark, Meiser, Parkway…) en anderzijds ook in detail treden en indien nodig de leidende ambtenaar bijstaan op de werf, als er iets gebeurt.

Soms treed ik op als een soort buffer, want ik moet ervoor zorgen dat alle medewerkers in de grootst mogelijke rust kunnen werken, zonder gestoord te worden door externe factoren (politiek, omwonenden…). Ik dien ook alle aanvragen voor toelatingen voor de coördinatie van de bouwplaats in.

In 2015 hebt u vooral de asbestsanering en de sloop van het viaduct opgevolgd… Waren de asbestverwijderingswerken stressvol?

Jazeker. En niet alleen voor mij, maar ook voor de volledige ploeg. Het is immers geen materie die we dagdagelijks beheren, en daarom moesten we nog waakzamer dan anders zijn. Op vlak van veiligheids- en gezondheidscoördinatie, werden er uiterst strenge maatregelen getroffen. Het viaduct werd volledig ingepakt in een hermetisch afgesloten zeil. De procedures om de werfzone te betreden en te verlaten waren erg strikt.

Door regelmatig metingen uit te voeren, konden we ons ervan verzekeren dat er geen verontreinigde stoffen in het omliggende terrein ‘lekten’. We hadden een grote verantwoordelijkheid. De kwestie lag dan ook erg gevoelig.

Wat was uw gevoel toen het bouwwerk werd gesloopt?

Tijdens de sloopfase was ik regelmatig aanwezig op de werf. Ook omdat ik dat gewoon leuk vond. Ik wilde dit historisch moment van dichtbij meemaken. Ik had er gemengde gevoelens bij: ik ben aan de vooravond van de sloop naar het viaduct gewandeld. Ik zag het blootgelegde bouwwerk, ontdaan van alle opsmuk. Ik werd getroffen door zijn schoonheid, finesse en elegantie. Ik vond het jammer dat deze getuige van het verleden er weldra niet meer zou zijn. Tijdens de sloop vergeleek ik de kranen met dinosaurussen die een enorme prooi verscheuren… het had iets roofzuchtigs. Het publiek was massaal op de afspraak: kinderen waren erg onder de indruk, ouderen propten stukken viaduct in hun caddie… Het ging allemaal heel snel, om zo weinig mogelijk hinder te veroorzaken voor de omwonenden en het verkeer… Wat ik achteraf voelde, was opluchting en bevrijding, niet alleen fysiek, door de verdwijning van die massa die niet langer het landschap overheerste, maar ook psychisch, met het verdwijnen van een behoudzuchtige visie op de allesoverheersende positie van de auto in de stad.

En wat gebeurde er na dit intense moment? Hoe verliepen de voorbereidingen voor de heraanleg van de wijk?

Na de sloop van de wegbrug, die uiteraard goed zichtbaar was en volop in de media kwam, zagen de omwonenden gedurende een paar maanden niet veel meer gebeuren op het terrein. Maar wij werkten inmiddels aan een enorme klus. Vooraleer de viaducthellingen – die berusten op het ondergrondse premetrostation en er het dak van uitmaken – te slopen, moesten we fysieke tests uitvoeren. We zijn onder andere ‘s nachts, na het sluitingsuur van de premetro, in de tunnel afgedaald om de draagstructuren te controleren. Nadien moesten externe studiebureaus technische studies uitvoeren voor de verschillende ontwerpen van de nieuwe dekplaten van de premetro. Tot slot moesten we gesprekken voeren met de aannemer om de uiteindelijke uitvoeringsmethoden te bepalen…

Op dit punt werd het duidelijk dat de spectaculaire interventies in schril contrast stonden met het werk achter de schermen. Voor de omwonenden is dat soms frustrerend, maar voor de vooruitgang van het project zijn die werken onontbeerlijk.

Camille Thiry

Start van de werken aan tramlijn 9

Brussel Mobiliteit en de MIVB startten in 2015 met de werken voor de aanleg van tramlijn 9 tussen Simonis en de Heizel. Lijn 9 biedt een nieuw, modern en efficiënt openbaar vervoer dat de metrolijnen (Simonis-Heizel) verbindt met de wijken van Jette en het oosten van Ganshoren. Het project is bedoeld om het commerciële centrum van Jette (Koningin Astridplein) beter bereikbaar te maken, alsook de scholen, de Modelwijk, het UZ Brussel en de attractiepool op de Heizel. Langsheen het traject voorziet het project in de inrichting van een openbare ruimte en een eigen bedding voor de tram. Verder moet het veiligheidsprobleem op de kruispunten opgelost worden en moeten de voet- en fietspaden verbeterd worden. Er gaat een bijzondere aandacht uit naar parkeerinfrastructuur, zowel op de weg als ondergronds.

 

Grote projecten ten voordele van een nieuwe mobiliteit

Tram 9 wordt op de rails gezet

De eerste spadesteek werd op 4 mei 2015 gegeven.

Simonis-uz brussel, directe verbinding met tram 9

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest broedde al een vijftiental jaar op een project voor de aanleg van een tramlijn die de wijken van Jette bereikbaar maakt en Simonis verbindt met het UZ Brussel. Het project kende een lange rijpingsperiode (vastlegging van het tracé, effectenstudies, aanvraag van stedenbouwkundige vergunning met openbaar onderzoek) en tal van bezwaren en verwikkelingen … Maar op 4 mei 2015 werd dan toch de eerste spadesteek gegeven. Het tramproject staat dit keer werkelijk ‘op de rails’!

Maar wat houden die plannen precies in? En hoe zit het met de planning van de werken?

De werkzaamheden verlopen in twee hoofdfasen, te beginnen met de aanleg van de verbinding tussen Simonis en de Dikke-
Beuk-laan. Als alles volgens plan verloopt, dan moet dit trajectdeel operationeel zijn voor de jaarmarkt van Jette in september 2018. De tweede fase omvat de verlenging van lijn 9 tot aan het Heizelplateau. Hiervoor bestaat er nog geen werkplanning.

Heel concreet zijn de eerste interventies in mei 2015 van start gegaan in de zone 1 gelegen tussen het kruispunt van de Dikke-Beuklaan, de Romeinsesteenweg en de Tentoonstellingslaan. Voor elke fase wordt de werf op dezelfde wijze georganiseerd: eerst de werken op de nutsvoorzieningen (water, gas, elektriciteit), vervolgens het plaatsen van de sporen en de bovenleiding door de MIVB en tot slot de gevel-tot-gevelinrichting van de openbare ruimte door Brussel Mobiliteit. De fasering van een dergelijk project vergt een enorme organisatie, om de mobiliteit in de doorkruiste wijken te handhaven en de juiste omleidingsroutes voor het openbaar vervoer en de auto’s aan te bieden. Zoals bij elk groot bouwproject worden er regelmatig werfcoördinatievergaderingen belegd met alle lokale en regionale betrokkenen!

De jaarmarkt van 31 augustus vormt het startsein voor de werken aan het Koningin Astridplein. Hier komt een ondergrondse parking met drie verdiepingen en een capaciteit van 199 parkeerplaatsen, onder het westelijke deel van het plein en een deel van de Jetselaan. Het plein zelf wordt volledig heraangelegd vanaf medio 2017.

Hoe zal het nieuwe plein eruit zien?

Door de aanleg van de ondergrondse parking komt er bovengronds ruimte vrij, waardoor de handelskern meer ruimte biedt aan de inwoners en de bezoekers. Op het zuidelijke deel van het plein komt een mooie bomenrij, die de kerk met de Leon Theodorstraat verbindt. In die zone, naast het toegangspaviljoen tot de ondergrondse parkeergarage, komen elegante straatlichten, banken en fietsenrekken. Het noordelijke deel van het plein blijft relatief open maar wordt opgesmukt met een fonteinpartij en waterstralen die kunnen worden uitgeschakeld tijdens de markt en andere evenementen. In het midden van het plein wordt een ronde, monumentale houten bank opgetrokken bij wijze van herkenningspunt, waar voorbijgangers even kunnen verpozen. De bomen en de verlichting worden zo gepositioneerd dat ze de markt niet hinderen. Wat de afwerking betreft, wordt het plein bedekt met graniet in twee tinten grijs, een stevig materiaal dat zich uitstekend leent tot de organisatie van talloze evenementen en leveringen. De bedoeling van het project is om een functioneel, praktisch, maar ook aangenaam plein te creëren. Het plein aanschouwen vanop een terrasje, even rusten op een bankje, de fonteinen en spelende kinderen gadeslaan… dat wordt volop genieten!

Een project van duurzame inrichting

Het project wil over de hele lijn het groene karakter van de doorkruiste straten benadrukken. De materialen worden dan ook zorgvuldig gekozen zodat de bodem doorlatend blijft en er bij hevige regenval geen problemen zijn met afvloeiend water of overstromingen. De voorkeur gaat uit naar grasperken en semi-doorlaatbare materialen zoals kleine kasseien, in plaats van doorlopende harde oppervlakken. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk gespaard (en dus goed beschermd tijdens de werken om niet beschadigd te geraken). Op de rest van het stuk worden nieuwe beplantingen aangelegd om een groene rij te creëren die structuur geeft. De eigen beddingen worden ingezaaid met gras, wat het groene netwerk van de doorkruiste wijken versterkt. De nieuwe tramrails worden uitgerust met de nieuwste technische apparatuur om trillingshinder te beperken voor het comfort van de omwonenden.

Communicatie op maat

Vanwege het ongemak dat de werken zullen veroorzaken, is tramlijn 9 vooral controversieel onder de handelaren en marktkramers. Daarom heeft het Gewest een reeks maatregelen ingevoerd om het project te verduidelijken en de inwoners en handelaars op de hoogte te houden via regelmatige brievenbusinformatie, mailings, een website (www.tram9.brussels), een tram-infopunt op de werf en een ombudsman die de grieven van de burgers moet behandelen. Deze maatregelen moeten de burgers tijdens de volledige duur van de werken informeren over de lichte overlast, de wegomleidingen of wijzigingen van langere duur die betrekking hebben op de zondagsmarkt.

Camille Thiry

 

Rudi Meeremans, Directie Infrastructuur van het openbaar vervoer (Brussel Mobiliteit), Werfleider/Orkestleider

U hebt zojuist de werf van tram 9 bezocht. Welke rol krijgt u hierin toebedeeld?

Mijn werk als werfleider voor dit project neemt momenteel 100% van mijn agenda in beslag, omdat de realisatie van de nieuwe tramlijn een gigantisch project is: we moeten 3,5 km nieuwe spoorlijnen aanleggen en de gehele openbare ruimte errond herinrichten. Ik inspecteer elke dag het terrein en los tal van technische en praktische problemen op.

Mag ik u dan vergelijken met een orkestleider?

Absoluut! Een paar jaar geleden was ik werfleider voor bouwwerken aan metrolijnen (tunnels en stations). Dat is echt een aparte wereld met erg specifieke kenmerken: we gebruiken veel technieken die vrij bijzonder zijn voor dit type werk. Voor wegenwerven zijn de technieken minder specifiek, al vereist het werk veel organisatie en coördinatie omdat er veel partijen bij betrokken zijn. Planningen opstellen en werffasen uittekenen, dat is zowat mijn specialiteit geworden. Ik moet rekening houden met de nutsbedrijven, de MIVB, de politiezones en de gemeenten. We hebben een ombuds-man aangesteld voor alle contacten met de omwonenden. Dat is positief, omdat het ons een heleboel werk bespaart.

De coördinatie tussen de betrokken partijen moet wel heel wat stress met zich meebrengen?

Tja, ik moet elke dag problemen oplossen en snel inspelen op lastige situaties. Toen op 4 mei 2015 de werkzaamheden ter hoogte van de Dikke-Beuklaan van start gingen, zorgde de beperking van de verkeersstromen voor monsterfiles. Probleem is dat het ziekenhuis (UZ) pal in die zone ligt. We moesten dus de doorgang van de ziekenwagens vanaf de Ring vrijwaren. Ik heb toen voorgesteld om een rijstrook voor te behouden aan het openbaar vervoer en de openbare diensten. De omleidingsplannen en theoretische planningen moeten ‘flexibel’ zijn en aangepast kunnen worden aan de realiteit ter plaatse.

U moet wel erg veel plaatselijke spelers en omwonenden te woord staan?

We hebben een speciale coördinatie op touw gezet met het UZ: eenmaal per week komt onze contactpersoon de werfvergadering bijwonen. Dat zorgt voor een goede verstandhouding! Ik heb ook wat anekdotes meegemaakt met een gepensioneerde omwonende die de werf op de voet volgt. We noemen hem onze ‘straatingenieur’, omdat hij alles ziet en van alles op de hoogte is. Heeft iemand sporen nagelaten in de vers aangelegde beton? Hij heeft het gezien! Hij spreekt met alle arbeiders, de ploegleider, enz. – het is een echte passie geworden. Persoonlijk vind ik het een dankbare taak om alles van zo dichtbij op te volgen. Dagelijks de aanleg van deze nieuwe tramlijn volgen en haar elke dag zien groeien… dan heb ik het gevoel dat ik nuttig werk verricht!

Camille Thiry

 

Luc Swartebroeckx, Directeur-generaal Stafdienst (Brussel Mobiliteit), coördinator Smart Mobility

Iedereen heeft de mond vol over ‘smart cities’ en intelligente mobiliteit, maar wat betekenen die termen eigenlijk?

Onder ‘intelligent’ verstaan we de optimalisering van alle voorzieningen die de mobiliteit van alle gebruikers van de openbare ruimte – personen met beperkte mobiliteit, voetgangers, fietsers, gebruikers van het openbaar vervoer, automobilisten, enz. – beheren, regelen en beïnvloeden. In de praktijk komt het erop neer dat, bijvoorbeeld, verkeerslichten, openbare verlichting of voertuigen – niet alleen privévoertuigen, maar ook bussen, trams, vrachtwagens, hulpdiensten – via allerlei sensoren worden verbonden met IT-systemen die rechtstreeks, in real time, de gedragingen van die uitrustingen sturen. Naast de infrastructurele component is er ook het volledige assortiment van mobiele, bij voorkeur multimodale, applicaties, die ervoor zorgen dat de verplaatsingen in de best mogelijke omstandigheden kunnen gebeuren.

Wat betekent dat voor de burger?

Voor de voetganger zal het licht op groen springen op het meest gunstige ogenblik, waardoor zijn wachttijd tot een minimum wordt herleid. Voor de automobilist zullen de verkeerslichten aan kruispunten opeenvolgend op groen springen naarmate hij deze nadert, waardoor de verkeersdoorstroming vlotter, veiliger en minder vervuilend wordt. De zwakke weggebruiker zal merken dat de openbare verlichting in intensiteit toeneemt en zijn traject volgt, wat niet alleen voordelen biedt qua veiligheid, maar ook een optimaal energiebeheer mogelijk maakt. En tot slot zullen personen met beperkte mobiliteit gebruik kunnen maken van een applicatie die hen naar de dichtstbijzijnde winkel leidt die het meest geschikt is voor hun situatie.

Wat betekent dit voor de samenleving?

De maatschappelijke voordelen zijn evident: door de werking van de infrastructuur en de verplaatsingen van de gebruikers maximaal te verfijnen en te rationaliseren, zorgt intelligente mobiliteit voor een drastische terug-
dringing van het energieverbruik, de milieuhinder en de economische kost van mobiliteit. Hierbij komen nog de positieve effecten op de verkeersveiligheid en zelfs op de volksgezondheid.

Kortom, iedereen wint erbij?

Zo is dat! Het individuele belang van de burger valt hierbij volledig samen met het algemene belang. We zitten dus logischerwijze in een win-win-situatie.

Camille Thiry

Samen werken aan een intelligente mobiliteit

Start van Brussels Smart Mobility.

Slimme mobiliteit streeft naar een daadkrachtig beheer van de mobiliteit op de bestaande infrastructuur, het inzetten van technologieën die meer interactie mogelijk maken en een betere samenwerking tussen de verschillende spelers op het vlak van mobiliteit.

Met dit doel voor ogen hebben Brussel Mobiliteit, het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest, Innoviris en de MIVB het platform “Brussels Smart Mobility” opgezet, dat alle betrokken partners bijeenbrengt om een gecoördineerde, transversale en multidisciplinaire benadering van het mobiliteitsprobleem tot stand te brengen. Het is een taskforce waarin het bestuur, de privésector en de onderzoekers vertegenwoordigd worden. Al deze partijen komen samen om de grote uitdaging die ‘intelligente mobiliteit’ heet, aan te gaan. Concreet stellen zij voor om de multimodaliteit te stimuleren, de stad leefbaarder en bereikbaarder te maken, de schade aan het milieu te beperken, betere mobiliteitsdiensten aan te bieden en het gebruik van de openbare ruimte te optimaliseren. Uit deze samenwerking moet een echte gedragswijziging tot stand komen en gepromoot worden.

Camille Thiry

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin

VEREENVOUDIGEN IS WAT WE DOEN

De vereenvoudiging van de procedures en het contact tussen de burger en de overheid behoren ook tot onze hoofdbekommernissen. Vereenvoudigen leidt tot meer efficiëntie, meer transparantie, maar vooral … het maakt uw leven gemakkelijker op administratief vlak!

Vanuit deze redenering werd Easybrussels opgericht in 2015. Easybrussels is het agentschap voor administratieve vereenvoudiging dat dienst doet als expertise- en documentatiecentrum ten dienste van burgers, bedrijven en ambtenaren die gebruik maken van de diensten van de gewestelijke overheid.

Onze ambitieuze projecten hielden in 2015 eveneens de vereenvoudiging van de regelgeving van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening in om, onder andere, de aflevering van stedenbouwkundige vergunningen sneller te laten verlopen en aldus de verwachtingen van de aanvragers en de bouwsector in te lossen. Verder werd ook de Brusselse fiscaliteit hervormd om haar minder complex, rechtvaardiger en gunstiger te maken voor de burgers, door, bijvoorbeeld, een duidelijkere en transparantere wetgeving.

Het ontstaan van Easybrussels

Gewestelijk agentschap voor administratieve vereenvoudiging

Op 15 oktober 2009 keurde de regering het eerste Brusselse plan goed voor de vermindering van de administratieve lasten en op 24 april 2014 besliste ze om het gewestelijke platform te laten doorgroeien naar een meer performant instrument. Hierbij gaf ze haar fiat aan de oprichting van een dienst die “Brussels Agentschap voor de Administratieve Vereenvoudiging” wordt genoemd onder het label “Easybrussels” en aan de oprichting van een functie van afgevaardigde van de regering.

Easybrussels zorgt zo voor de promotie van de administratieve vereenvoudiging, via de evaluatie van de administratieve lasten, de uitwerking van vereenvoudigingsacties en het delen van kennis voor het hele Brusselse gewest. Het agentschap coördineert transversale projecten voor alle overheidsdiensten op het grondgebied van het gewest, ten voordele van de burgers en de bedrijven.

Easybrussels speelt een rol in de opdrachten van Brussel Gewestelijke Coördinatie. De administratieve vereenvoudiging maakt deel uit van de toekomstige strategische doelstellingen van de leidende ambtenaren van de gewestelijke administraties en van de regering.

Doelstelling 2020

Het Agentschap, zijn regeringsafgevaardigde en zijn stuurcomité definiëren het nieuwe plan (2015-2020) dat moet worden uitgevoerd onder het voorzitterschap van de staatssecretaris belast met administratieve vereenvoudiging en onder het vicevoorzitterschap van de staatssecretaris belast met informatica. De leidende ambtenaren en de andere regeringsleden worden eveneens uitgenodigd op de werkzaamheden van het stuurcomité.

Het Agentschap kan samenwerkingsakkoorden uitwerken met de andere federale en niet-federale entiteiten, met de instellingen van openbaar nut of met de gemeenten, de intercommunales en de OCMW’s.

Het Agentschap en het CIBG hebben een samenwerkingsakkoord ondertekend voor een aantal prioritaire projecten, en met de gewaardeerde hulp van de Economische en Sociale Raad, konden akkoorden ondertekend worden met partners uit de bedrijfssector.

Colloquium over duidelijk juridisch taalgebruik

Met de organisatie van een colloquium in 2015 heeft het agentschap het Europees principe “Better regulation” in de verf gezet, op grond waarvan de overheid haar communicatie en de wetten eenvoudiger leert maken. De juridische taal is zeer vaak complex voor de burgers, bedrijven en zelfs voor de administraties. Het doel van dit Europees programma is om staten ertoe aan te zetten om wetteksten op te stellen en een nationaal beleid uit te werken waarbij wordt getracht om de kosten die dergelijke acties met zich meebrengen, te beperken.

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wil in ruime mate de administratieve lasten beperken die voortvloeien uit de reglementeringen die daar op drukken. Daarom moet de aandacht van de redacteurs van teksten worden gevestigd op de lasten die op een te vervullen formaliteit drukken, op de moeilijkheid die de tekst zelf kan inhouden voor de ongeoefende lezer.

De strategie “Betere regelgeving” van de Europese Commissie heeft tot doel om enerzijds de administratieve kosten te beperken en anderzijds de administratieve lasten terug te dringen die wegen op burgers en bedrijven.

Het colloquium bracht beoefenaars van juridische beroepen en communicatie bijeen, om samen na te denken en aan de opstellers en communicatoren vulgariseringstechnieken voor te stellen die het makkelijker maken voor alle doelgroepen om juridische teksten te begrijpen.

Talrijke ambtenaren, kabinetsleden en juristen namen deel aan het colloquium. Meer dan 200 mensen woonden de presentaties bij en namen deel aan de workshops. Tijdens die ateliers werd er gewerkt met voorbeeldteksten uit concrete situaties, die vereenvoudigd moesten worden. Opmerkelijk was dat deze oefening om zich in de plaats van de gebruiker te stellen een andere manier van denken teweegbracht.

De lokale overheden als onmisbare partners

Tot slot heeft Easybrussels in 2015 ook de transversaliteit inzake administratieve vereenvoudiging tussen het Gewest en de lokale overheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest versterkt via ontmoetingen met de Vereniging van de Stad en Gemeenten van het BHG. De gemeenten en OCMW’s van ons Gewest zijn onmisbare partners in de administratieve verplichtingen van burgers en ondernemingen. Ze waren enthousiast om mee te werken aan het proces van mentaliteitsverandering ten voordele van het digitaliseringsproces en de administratieve vereenvoudiging.

Er zijn al acties ondernomen in het kader van “Better regulation”, zoals een door BGC georganiseerde informatiecyclus voor juristen van de GOB. Deze acties hebben tot doel de wet op een vereenvoudigde manier aan de gebruikers te presenteren, allereerst dankzij een toegankelijke, duidelijke en nauwkeurige uitleg. Daarnaast met behulp van een leesbare en begrijpelijke presentatie van aktes en administratieve documenten die op hen betrekking hebben. BSO heeft werkgroepen opgericht die belast worden met de gelijkschakeling van de praktijken en de juridische woordenschat in hun vakgebied. BEW en andere administraties hebben hun (wettelijke en andere) formulieren ingediend bij het IRISBOX-platform om de toegang ertoe te vereenvoudigen.

Sophie Berthelon

Cathy Marcus

 

Corinne François, Directrice van de Vereniging van de Stad en Gemeentenvan het BHG (VSGB)

Informatie verzameld in het kader van de tweemaandelijkse uitgave “Nieuwsbrief” van november 2015:

“We hebben een nieuwe opdracht van administratieve vereenvoudiging aanvaard waarbij we de rol opnemen van facilitator en coördinator tussen het Agentschap voor de Administratieve Vereenvoudiging en de lokale overheden, om informatie te verspreiden en goede praktijken te stimuleren. De Brusselse regering heeft dit Agentschap opgericht begin 2015 en heeft Fadila Laanan belast met de opstelling van een plan voor administratieve vereenvoudiging voor 2015-2020. Easybrussels wilde ook onze vereniging hierbij betrekken. Het is een kans die we niet mogen laten voorbijgaan. We willen immers dat lokale besturen inspraak hebben in de gekozen oplossingen. De acties moeten vooreerst voorafgegaan worden door een grondige analyse van de huidige situatie van de lokale overheden en hun behoeften inzake informatica.

Begin 2016 lanceren we een nieuwe werkgroep Administratieve Vereenvoudiging die alle gemeenten en OCMW’s bijeen moet

brengen rond thema’s als elektronische facturatie, elektronische publicatie van overheidsopdrachten en het gebruik van Irisbox. Deze kwesties zijn ofwel federaal ofwel gewestelijk en vereisen dus een sterke coördinatie tussen de verschillende spelers. Wij nemen deze opdracht op ons, zonder daarom de gemeentelijke autonomie uit het oog te verliezen. We zullen dan ook de boodschap brengen dat de lokale overheden alle steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeten krijgen – financieel en infrastructureel – die noodzakelijk is voor hun modernisering, met als hoofddoel het algemeen belang van een goed bestuur.

 

Hervorming van het BWRO: vereenvoudigen voor een betere dienstverlening

In 2015 begon het Gewest met de herziening van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), dat de juridische basis vormt voor het plannen van stedenbouw en erfgoed. De doelstellingen van deze herziening zijn bijzonder ambitieus.
Ze beogen zowel een administratieve vereenvoudiging als duidelijkere procedures.
Alle hoofdstukken van het BWRO zijn onderhevig aan deze herziening, we geven een overzicht van de belangrijkste aanpassingen.

Planning

Het huidige systeem houdt bijvoorbeeld in dat het richtschema, na goedkeuring door de regering, bij regeringsbesluit het principe van uitwerking van een bijzonder grondplan bepaalt dat aan de gemeente wordt medegedeeld. De gemeente moet dan het totstandkomingsproces van het bijzonder bestemmingsplan en het verslag van de milieueffecten van de uitvoering van dit plan opstarten. Deze procedure cumuleert twee grote termijnen gaande van drie tot vier jaar elk. Dat valt uiteraard niet te rijmen met de noodzaak om snel nieuwe stadswijken te kunnen creëren in de strategische zones van het gewest zoals Josaphat, Delta, Tour & Taxis, de Kanaalzone, enz.

Stedenbouwkundige vergunning

Het beheer van de bouwvergunningen is ook zeer complex en de termijnen die niet bindend zijn, worden doorgaans rijkelijk overtreden. De hervorming voorziet daarom in “stringente termijnen” die verplichtend zijn voor alle fasen van het proces.

Coördinatie tussen brussel stedelijke ontwikkeling en leefmilieu brussel

Het beheer van de gemengde vergunningen (stedenbouwkundige vergunning + milieuvergunning) en de milieueffectenrapporten zorgt ook voor problemen voor de aanvrager. Een rationalisering dringt zich op, met name om een vaste termijn te waarborgen voor de aflevering van de volledige ontvangstbewijzen van de dossiers als de vergunningsaanvragen onderworpen zijn aan een milieubeoordeling (milieueffectenrapport of effectenstudie).

Inbreuken

De afwezigheid van verjaring bij historische stedenbouwkundige overtredingen zorgt voor veel problemen. Zelfs al wordt er geen algemene amnestie verleend, moeten de regulariseringswijzen verduidelijkt worden.

Stedenbouwkundige informatie

Het huidige systeem verplicht de gemeenten om erg gedetailleerde stedenbouwkundige inlichtingen te verstrekken, met name over de rechtmatige situatie van de verbouwingen van een goed. De gemeenten moeten niet alleen de hele geschiedenis van de afgeleverde vergunningen raadplegen, ze moeten ook controleren of de uitgevoerde werken in overeenstemming zijn met de vergunningen en of er werken zijn uitgevoerd zonder vergunning hoewel die wel degelijk verplicht was. Gelet op de wijziging van de regelgeving (voor en na de wet van 1962, voor en na het Algemeen Bouwreglement van de Agglomeratie Brussel van 1974, voor en na de ordonnantie van 1991 houdende organisatie van planning en stedenbouw…) en de overeenstemming met de verschillende opeenvolgende plannen (gewestplan van 1979, Gewestelijk Ontwikkelingsplan van 1995, Gewestelijk Bestemmingsplan van 2001, diverse bijzondere bestemmingsplannen en de wijzigingen ervan, de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening van 2006), vereisen deze opzoekingen een termijn die vaak onverenigbaar is met het verkoopproces van een onroerend goed.

Vrijwaring van het erfgoed

De regeerverklaring wijst op de noodzaak om het proces te vereenvoudigen door de bindende en dwingende rol van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen ten minste gedeeltelijk op te heffen. Andere doelstellingen betreffen het beheer van beschermde goederen, met name de vergunning voor patrimoniumbeheer.

Benoît Périlleux

7 vragen rond de hervorming van de Brusselse fiscaliteit

De fiscale hervorming aankaarten is niet gemakkelijk omdat het onderwerp op het eerste gezicht erg complex lijkt. De volgende vragen en antwoorden helpen u om dit thema beter te begrijpen.

Waarom de noodzaak tot fiscale hervorming?

De zesde staatshervorming heeft de financieringsmechanismen van de gewesten en gemeenschappen ingrijpend veranderd. De gewesten voeren voortaan zelf hun fiscaal beleid.

In dit perspectief wenst de Brusselse regering de fiscaliteit te gebruiken als een echt beleidsinstrument. Zo zullen de belastingen dienen als hefboom voor het gewestbeleid (bijvoorbeeld door sommige activiteiten te stimuleren of te ontraden) en niet langer enkel om de begrotingsuitgaven te financieren.

De regering steunt op de expertise binnen haar administratie om haar bij te staan bij de hervorming en de operationalisering ervan: Brussel Fiscaliteit.

Wat zijn de doelstellingen van de hervorming?

De hervorming is bedoeld om de fiscaliteit van Brussel minder complex, rechtvaardiger en gunstiger te maken voor de Brusselaars.

De mogelijkheden zijn legio. We citeren bij wijze van voorbeeld: lagere arbeidskosten en een duidelijkere en transparantere wetgeving.

Hoe werd de hervorming voorbereid?

Voor de voorbereiding van de fiscale hervorming heeft Brussel Fiscaliteit een beroep gedaan op een taskforce, samengesteld uit professoren en fiscalisten.

De studiefase bleef niet beperkt tot wat het regeerakkoord voorschreef. In feite is het project een uitgebreide evaluatie van het Brusselse fiscale landschap als geheel, met het oog op een zekere consistentie en een optimaal gebruik van de meest relevante fiscale instrumenten.

Bovendien was het de bedoeling om te komen tot een efficiënter beheer van de gewestbelastingen, gezien de schaalnadelen die inherent zijn aan de kleine omvang van ons gewest en het grote aantal kleine belastingen die moeten beheerd worden.

Wat was de rol van Brussel Fiscaliteit hierin?

De werkgroepen, bestaande uit experten, kwamen samen onder het voorzitterschap van Brussel Fiscaliteit. Onder de voogdij van het kabinet van de minister van Financiën en Begroting onderzocht, documenteerde en simuleerde Brussel Fiscaliteit de concrete voorstellen die voortvloeiden uit deze discussies.

Het bestuur heeft vervolgens, in samenwerking met de deskundigen van de taskforce, een eindverslag voor de fiscale hervorming afgeleverd. Dat beschrijft de doelstellingen, de benadering en de voorstellen tot fiscale hervorming om de verbintenissen van het Regeerakkoord na te komen.

Tot slot heeft de expertise van Brussel Fiscaliteit de regering geholpen met de besluitvorming inzake fiscale hervorming.

Op welke aangelegenheden heeft de hervorming betrekking?

In het kader van de hervorming werden verschillende maatregelen getroffen om de bestaande bewoners te behouden en nieuwe belastingbetalers aan te moedigen zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te vestigen (afschaffing van de forfaitaire belasting, premie voor de inwoners van het Gewest, aanzienlijke verhoging van het abattement op de registratierechten…).

Daarnaast worden ook maatregelen gepland die verband houden met de personenbelasting, de schenkingsrechten voor onroerende goederen, de aftrekbaarheid van dienstencheques, de regionale belastingverlagingen in de inkomstenbelasting, de woonbonus…

Wat zijn de stappen voor de uitvoering van de hervorming?

Eind 2015 vielen de laatste obstakels weg op politiek niveau en werd er een eerste pakket hervormingsmaatregelen aangenomen. Die hebben geleid tot de ordonnantie van 18 december 2015 houdende het eerste deel van de belastinghervorming, die begin 2016 van kracht werd. De overige maatregelen zullen in een tweede ordonnantie worden opgenomen.

Wat zijn de toekomstperspectieven?

De projecten die noodzakelijk zijn om de hervorming voort te zetten zullen in de komende maanden worden uitgewerkt, zodat alle regeringsbeslissingen kunnen uitgevoerd worden in het belang van het Gewest en zijn inwoners, partners en ondernemingen.

Matthias Peeters

Dieter Van Eeckhout

 

Brusselse fiscaliteit online

In 2015 opende Brussel Fiscaliteit de website fiscaliteit.brussels om alle informatie te bundelen over de verschillende belastingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hun rol en hun mogelijke vrijstelling en mogelijkheden tot beroep. Deze website is een eenvoudig en doeltreffend platform om in contact te komen met het bestuur en de Brusselse fiscaliteit beter te begrijpen.

www.fiscaliteit.brussels

Meer informatie hieromtrent vindt u op de website www.fiscaliteit.brussels (zie kaderbericht).

horizontal rule - iris / séparateur - logo irisnaar begin

WIJ WERKEN AAN EEN MILIEUBEWUST GEWEST

In 2015 hebben we ons ingezet om van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een gebied te maken waar men meer eerbied heeft voor het milieu. Dankzij het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) hebben we kunnen investeren in verschillende projecten zoals Greenbizz, waarbij bedrijven infrastructuur en diensten worden aangeboden om een groene economie te ontwikkelen, of RECY K, een ambitieus project voor recyclage in het hart van de stad. Met de hulp van partners uit de sociale economie, wil RECY K zich op termijn opwerpen als expertisecentrum in het domein van valorisatie van afval in het Brusselse Gewest!

We hebben ook bijgedragen aan de ontwikkeling van Viapass, het systeem voor kilometerheffing voor vrachtwagens van meer dan 3,5 ton. We hebben daarmee de ambitie om de mobiliteit in heel het Gewest te verbeteren. Tegelijkertijd is het ons doel de fiscaliteit van het wegvervoer met zware vrachtwagens billijker te maken en enkele milieuaspecten met betrekking tot luchtkwaliteit en lawaai in de mobiliteit te integreren. 2015 was ook het jaar waarin een nieuwe reglementering voor werken, gesubsidieerd door het Gewest, in voege is getreden: Rationeel Energiegebruik (REG). In deze reglementering worden alle technische REG-voorwaarden samengebracht, zowel voor de subsidies die aan de gemeenten worden toegekend als voor de “energiepremies” die burgers kunnen genieten.

Maar onze acties ter zake houden niet op aan de grenzen van het Gewest. We waren in 2015 aanwezig in Milaan, voor de Wereldtentoonstelling met als thema “Voedsel voor de planeet, energie voor het leven.” We hebben ook de eerste editie georganiseerd van een oproep voor projecten inzake ontwikkelingshulp, met water als thema.

Een duurzamer Gewest dankzij de steun van EFRO

De Greenbizz incubator, voor duurzame ontwikkeling!

Het project Brussels Greenbizz komt voort uit een samenwerking tussen citydev.brussels, impulse.brussels, Leefmilieu Brussel en het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB). Het project beoogt een versterking van de duurzame economische sectoren in Brussel.

Greenbizz is de eerste incubator en het eerste KMO-park dat gewijd is aan de duurzame economie in Brussel. Greenbizz bevindt zich in een splinternieuw gebouw in de Dieudonné Lefèvrestraat in Laken, dat model staat voor de architecturale vernieuwing. Het biedt jonge ondernemingen en startups, actief in duurzame economische sectoren, immers een optimale omgeving om hun project op te starten en uit te werken: de bedrijven kunnen er gebruik maken van uitgeruste kantoorruimten, modulaire productieateliers, administratieve diensten en een gepersonaliseerde begeleiding.

Het gebouw werd ontworpen vanuit een oogpunt van duurzame ontwikkeling. De constructie werd gebouwd op duurzame wijze, gebruik makend van een aanpak van eco-constructie op vlak van afval, materialen, waterverbruik, enz. De energieprestaties blijven niet achter: de incubator (2.815 m²) is passief en de productieateliers (5.505 m²) beantwoorden aan de lage-energienormen.

Greenbizz heeft tot doel een center of excellence te worden voor ondernemingen die groen of duurzaam zijn, of een band hebben met het milieu in Brussel. Het zal zich snel ontwikkelen tot een waar ecosysteem waarvan de bewoners samenwerken, hun doelstellingen uitwisselen en samen uitwerken.

Wat is voor ondernemingen de toegevoegde waarde van Greenbizz?

  • Aan zeer voordelige voorwaarden wordt hen infrastructuur ter beschikking gesteld;
  • Begeleiding, diensten en advies voor starten en ontwikkelen van ondernemingen;
  • De locatie, waar op een en dezelfde plaats alles gegroepeerd wordt tot een center of excellence voor economische circuits die groen, duurzaam en milieubewust zijn;
  • De mogelijkheid om banden te smeden of te netwerken met partners van eenzelfde of een complementair economisch circuit.

Het greenbizz-project, verbonden met het project tivoli duurzame wijk!

Greenbizz vormt het deel van het project Tivoli Duurzame Wijk dat gericht is op ondernemingen. De Tivoli-wijk belichaamt de wil van actoren uit de publieke sector om een duurzame wijk te creëren, met naast de Greenbizz-pool, zeven nieuwe passieve bouweilandjes, die een mengeling vormen van buurtwinkels, een park, twee kinderdagverblijven met elk 48 plaatsen, en natuurlijk, woningen. Er komen ongeveer 270 conventioneel geprijsde woningen en ongeveer 120 sociale woningen.

Geneviève Planchard

structuurfondsen
Het Europabeleid van de Structuurfondsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De EFRO-fondsen streven naar de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang binnen de Europese Unie, m.a.w. deze fondsen hebben tot doel de regionale ongelijkheden in Europa te corrigeren.

Per programmeringsperiode van zeven jaar legt het Gewest een operationeel programma vast, aangepast aan zijn sociaaleconomische eigenschappen. Dit programma moet eerst door de regering en vervolgens door de Europese Commissie goedgekeurd worden. Daarna wordt voor die programmering een projectoproep uitgeschreven. Het Gewest investeert evenveel als Europa, wat voor de projecten een hefboomeffect vormt.

De medewerkers van cel EFRO van Brussel Gewestelijke Coördinatie beheren vervolgens de programmering.

Greenbizz en RECY K zijn twee projecten die in het kader van de EFRO-programmatie 2007-2013 gerealiseerd werden.

 

Een duurzamer Gewest dankzij de steun van EFRO

RECY K: een ambitieus project voor recyclage van ons afval!

Dit project dat gedragen wordt door Net Brussel bestaat erin een onderdak te bieden aan activiteiten voor de herwaardering van oude voorwerpen waar de Brusselaars vanaf willen (computers, elektrische huishoudapparaten, …), om ze te recycleren en opnieuw in het commerciële circuit te brengen. Naast de recyclage van groot witgoed (ijskasten, wasmachines, …) en actualiseren van informaticamateriaal, zullen ook circuits worden opgestart voor recyclage van gebruikte oliën, bouwafval en printerpatronen.

Zo zal een “Design point” producten aanbieden die gemaakt zijn van gerecycleerde voorwerpen.

De grondstof, geschat op 4.500 ton per jaar, zal op uiteenlopende manieren de site bereiken. Enerzijds zullen sommige projecten hun eigen recuperatiesysteem hebben. Anderzijds zal Net Brussel een deel van het tijdens zijn ophalingen ingezamelde afval naar RECY K sturen, met het oog op een herwaardering (een derde van het totaal, zijnde 1.500 ton).

De doelstelling: 45 tot 77 jobs creëren. RECY K werkt samen met partners uit de sociale economie. Naast de specifieke inrichting, is er ook een publieke loopbrug, die toelaat bezoeken aan de installaties voor verwerking en herconditionering van het afval te organiseren met als doel te sensibiliseren voor het belang van recyclage. RECY K wil zich op termijn opwerpen als expertisecentrum in het domein van valorisatie van afval in het Brusselse Gewest. Het doel is niet enkel de hoeveelheid afval die vernietigd wordt te verminderen, maar ook vernieuwende oplossingen te vinden voor de herwaardering van elke type voorwerp. Het Gewest heeft de ambitie om in 2020 50% van het huishoudelijk afval te recycleren, tegenover 30% vandaag. Hoewel het RECY K-project alleen daarvoor niet volstaat, zal het toch een grote bijdrage tot de oplossing leveren.

RECY K bevindt zich tussen de Demetskaai en de Birminghamstraat.

een beloftevolle nieuwe programmatie! twee schoolvoorbeelden onder de 46 projecten!

BoerenBruxelPaysans, gedragen door Leefmilieu Brussel en andere organisaties, is het schoolvoorbeeld van de overgang naar een duurzame stedelijke landbouw in Brussel. Een uitgebreide maatregel die zowel gericht is op de ontwikkeling van nieuwe initiatieven voor productie en transformatie als op de evolutie van de reeds aanwezige landbouwers en het betrekken van de Brusselse consument.

Ter bevordering van de zachte mobiliteit wil Brussel Mobiliteit van de Kanaalroute een “non-stop” fietspad maken, met een hoog dienstverleningsniveau maar ook met “grote waarde voor het milieu” (voor alle aspecten: landschappelijk, architecturaal, praktisch, gemoedelijk, …). Dit concept bestaat nog niet in het Gewest en zal dus voor het eerst gerealiseerd worden. Doelstelling? Het netwerk van fietspaden uitbreiden en efficiënte verbindingen verzekeren!

Geneviève Planchard

 

Het Brusselse Gewest heeft voor de periode 2007-2013 een strategie gedefinieerd die gebaseerd is op de territoriale concentratie van 32 projecten in de Kanaalzone.

De gerealiseerde projecten steunen op twee grote prioriteiten: enerzijds de revitalisering van de economische activiteit (creëren van ruimtes voor ondernemingen, beurzen voor oprichting van bedrijven) en de oprichting van een pool voor stedelijke ontwikkeling met een band met de milieusectoren. Anderzijds heeft de programmatie 2007-2013 de aantrekkelijkheid en het imago van de Kanaalzone willen versterken: oprichting van een plaats voor mode en design – het MAD – en herinrichting van de site van de slachthuizen van Anderlecht, met de bouw van een nieuwe voedingshal en de bouw van een stadsboerderij op de daken. Ze heeft het ook mogelijk gemaakt te investeren in buurtvoorzieningen voor technische en professionele vorming (herwaardering van de centra voor geavanceerde technologie) en voor de vroegste kinderjaren (creëren van plaatsen in kinderdagverblijven).

Voor de periode 2014-2020 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een strategie bepaald die gericht is op een verbeterde werking van het stedelijke metabolisme van het Gewest en die zo toelaat om een geïntegreerd antwoord te bieden op de economische en milieugebonden uitdagingen, alsook op de uitdaging van de territoriale dualisering van Brussel. Het gaat erom de stad te beschouwen als een ecosysteem dat verschillende (energie-, economie-)stromen invoert, metaboliseert en afstoot. 46 projecten werden geselecteerd en een 200 miljoen euro werden aan het programma besteed: 95 miljoen euro afkomstig van Europa en evenveel van zowel het Gewest en de gemeenten als van overheids- en/of privé-instellingen.

 

Het Viapass-project op weg

Over Viapass is al veel inkt gevloeid, maar weet u wat er nu exact aan is van deze kilometerheffing? Ontdek het hieronder!

Wat is Viapass?

Zoals bepaald in het akkoord van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, wordt de verkeersbelasting hervormd. Viapass maakt deel uit van die hervorming. Het introduceert een intelligente kilometerheffing voor de zware vrachtwagens die in de drie gewesten rondrijden. Deze heffing en de intergewestelijke publiekrechtelijke vereniging Viapass werden ingevoerd op basis van het intergewestelijke samenwerkingsakkoord van 2011.

Hoe werkt het?

Viapass coördineert en controleert de kilometerheffing, en laat de gewesten zo toe gemeenschappelijke initiatieven voor wegenbelasting, op een gestructureerde en permanente wijze, te ontwikkelen en te beheren. De vereniging werkt samen met privépartner Satellic, die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, de bouw, de financiering, het onderhoud en het beheer van het betalingssysteem voor zware vrachtwagens. Deze dienstverlener stelt de gewesten de middelen voor vaste en mobiele controles ter beschikking.

Wat zijn de doelstellingen van Viapass?

De mobiliteit in België verbeteren door de fiscaliteit van transport met zware vrachtwagens billijker te maken en door bepaalde milieuaspecten, die verband houden met luchtkwaliteit en lawaai, te integreren. Dit betekent concreet, voor het systeem van kilometerheffing:

  • de kost van de investeringen en het onderhoud van de wegen, op een billijke manier, laten ondersteunen door de ondernemingen voor goederenvervoer, met inbegrip van de internationale transporteurs;
  • door de transportbedrijven aan te zetten het goederenvervoer efficiënter te maken, de mobiliteit op het grondgebied verbeteren;
  • bijdragen aan de verbetering van de ecologische prestaties van het transportsysteem door luchtvervuiling meer te belasten, op basis van de vervuilende eigenschappen van de voertuigen onderworpen aan de kilometerheffing.

Vanaf wanneer wordt de kilometerheffing toegepast en wie krijgt ermee te maken?

Vanaf 1 april 2016 wordt rekeningrijden toegepast op alle voertuigen voor goederenvervoer (personenvervoer hoort er niet bij) met een Maximale Toegelaten Massa (MTM) van meer dan 3,5 ton.

De kilometerheffing is niet van toepassing op een aantal voertuigcategorieën; sommige categorieën worden vrijgesteld.

Welke rol vervullen de besturen Brussel Fiscaliteit en Brussel Mobiliteit?

Brussel Mobiliteit coördineerde dit project van bij de start van het ontwerp in 2011 tot de ondertekening van het DBFMO(1)-contract met Satellic in juli 2014. Vanaf september 2014 heeft Brussel Fiscaliteit intens samengewerkt met Satellic, Viapass en de andere gewesten, in het kader van meerdere werkgroepen, waarbij in het bijzonder het onderhoud, de financiële aspecten, de juridische aspecten en de rapportering werden besproken.

Deze werkgroepen maakten het mogelijk de behoeften te verduidelijken en de nodige overeenkomsten te sluiten.

2015 was een cruciaal jaar voor de invoering van het controlesysteem (Brussel Mobiliteit) en de voorbereiding van het administratieve en fiscale beheer (Brussel Fiscaliteit).

De directie Verkeersveiligheid, die in het kader van de 6de Staatshervorming werd opgericht binnen Brussel Mobiliteit, zal de taken van de mobiele controleteams coördineren. Brussel Mobiliteit heeft zich ook beziggehouden met het ontwerp en de installatie van de portieken, wat inhield: graaf- en boorwerken, verzorgen van elektrische aansluitingen, …

Brussel Fiscaliteit is dan weer verantwoordelijk voor de controle en validatie van de vastgestelde inbreuken, het beheer van de klantencontacten, de inning van de heffing en mogelijke boetes, het invorderen van administratieve boetes, de toekenning en opvolging van vrijstellingen (controle van de toekenningscriteria) en ook de afhandeling van klachten en juridische geschillen.

Brussel Mobiliteit zal, in overleg met Brussel Fiscaliteit, de strategische opvolging van de effecten van de kilometerheffing op de mobiliteit, verzorgen.

Welke problemen hebben zich voorgedaan tijdens de testfase?

Aangezien het om een intergewestelijk project ging, bestond de moeilijkheid er vooral in de politieke visies van de drie gewesten en de beslissingen van de vijftien betrokken kabinetten, met mekaar te verzoenen. Het is noodzakelijk gebleken om te investeren in de kennis en beheersing van dit type van project, een publiek-private samenwerking.

Welke impact op het milieu mogen we verwachten?

Ook al heeft men de wil enkele milieuaspecten op te nemen in de doelstellingen van het systeem, toch is het nuttig deze hervorming globaal te herbekijken. Immers, een kilometerheffing enkel voor zware vrachtwagens lost niet alle verkeersproblemen op.

Tegelijkertijd is het wel de bedoeling de sector van het goederenvervoer te rationaliseren door het aantal ritten zonder lading, of gedeeltelijk geladen, te verminderen. Door dit meer milieubewuste vervoer met zware vrachtwagens aan te moedigen, verwacht het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een verbetering van de luchtkwaliteit en van de mobiliteit.

Bovendien worden, met het oog op een betere efficiëntie van stedelijke leveringen in het Brusselse Gewest, operationele metingen uitgevoerd op de kilometerheffing.

Wat zijn de verwachtingen voor 2016?

Om de operationele werking tot een goed einde te brengen zullen zich nieuwe medewerkers bij Brussel Fiscaliteit voegen. Bij Brussel Mobiliteit heeft de directie Verkeersveiligheid, in 2016, de leiding over de aanwerving en vorming van controleambtenaren.

Vanuit het oogpunt van de milieueffecten, wordt een monitoring van de kilometerheffing opgestart. Dit zal toelaten vast te stellen of er ook nadelige gevolgen optreden, zoals bijvoorbeeld de stijging van het aantal verplaatsingen, in de stad, per bestelwagen.

Het Viapass-project markeert voor de drie gewesten een permanente stap naar een verkeersbelasting die billijker en duurzamer is. Een uitbreiding naar lichte voertuigen is technisch mogelijk maar hierover bestaat nog geen politiek akkoord.

Sophie Righi

om ER meer over te weten www.viapass.be

(1) “Design, Build, Finance, Maintain & Operate”, veel voorkomende vorm van Publiek-Private Samenwerking.

 

Naar een rationeel energiegebruik

Onder invloed van het Gewest worden lokale openbare werken steeds meer op een duurzame manier uitgevoerd.

Brussel Plaatselijke Besturen staat de gemeenten en de OCMW’s dagelijks bij met de financiering van lokale openbare werken: openbare verlichting, herstellingswerken aan gemeentelijke wegen, gebouwen van gemeenten en OCMW’s, … Elke 3 jaar wordt een enveloppe van 25 miljoen euro voorbehouden en volgens strenge criteria door BPB toegewezen aan de plaatselijke besturen.Deze criteria worden steeds meer opgesteld vanuit het oogpunt van duurzame ontwikkeling.

Zo is, vier jaar na het in voege treden van de ordonnantie betreffende het toekennen van subsidies ter aanmoediging van overheidsinvesteringen, de lijst van de werken die in aanmerking komen, uitgebreid met werken die verband houden met Rationeel Energiegebruik (REG).

Deze werken moeten aan meerdere doelstellingen beantwoorden:

  • de verbetering van de energieprestaties van de gebouwen bewerkstelligen, rekening houdend zowel met de externe klimatologische omstandigheden en de lokale bijzonderheden, als met de vereisten qua intern klimaat en de verhouding kosten/efficiëntie;
  • de verbetering van het interne klimaat van gebouwen ten goede komen;
  • de behoeften aan primaire energie minimaliseren;
  • de CO2-uitstoot verminderen;
  • het voorbeeld geven aan de privésector.

De laatste jaren werd de bestemming van het budget voor subsidies voor openbare werken geheroriënteerd.

Tussen 2013 en 2015 werd 30% van het budget voor subsidies voor openbare werken in de eerste plaats toegekend aan projecten in het kader van een beleid van rationeel energiegebruik. Werken in dit domein, ondernomen door plaatselijke besturen, kunnen tot 100% gesubsidieerd worden.

Gesensibiliseerd door deze gewestelijke stimulans, begrepen de plaatselijke besturen snel dat het interessant kon zijn om dergelijke energiewerken op te starten. Zo heeft bijvoorbeeld in 2015 de verbetering van de verlichting in een rusthuis van het OCMW van de Stad Brussel, een vermindering van het geïnstalleerde vermogen met 67,6% en een besparing van 25.000 à 30.000 euro per jaar mogelijk gemaakt. Dit is niet alleen gunstig voor de planeet maar evenzeer voor de plaatselijke besturen die deze besparingen kunnen gebruiken in het kader van hun beleid.

Tot slot was 2015, na de reglementaire wijzigingen ter bevordering van steeds veeleisendere technische normen, ook het jaar van een nieuwe geharmoniseerde reglementering betreffende de technische voorwaarden voor rationeel energiegebruik (REG), die de leesbaarheid van de gewestelijke voorschriften en het werk van de gewestelijke besturen vergemakkelijkt. Sinds januari werken Brussel Plaatselijke Besturen en Leefmilieu Brussel met gemeenschappelijke energienormen voor rationeel energiegebruik, of het nu gaat om de “energiepremie” voor burgers of om een subsidie voor plaatselijke besturen.

Grégory Dôme

Onze acties gaan internationaal

In 2015 heeft Brussels International in het buitenland meerdere projecten op het vlak van duurzame ontwikkeling gecoördineerd:

  • Lancering van “Brussels Urban Food 2025”, een oproep voor creatieve ideeën rond duurzame voeding in Brussel. Dit project kende zijn ontknoping op de Wereldtentoonstelling van Milaan, met als thema “Voedsel voor de planeet, energie voor het leven.” Het Belgisch paviljoen heeft de stedelijke landbouw hierdoor in de schijnwerpers geplaatst!
  • In het kader van de samenwerking met de regio Rabat-Salé-Kénitra (Marokko), werd het educatieve milieucentrum van Rabat (CEER) in juni 2015 ingehuldigd. De pedagogische aanpak is gebaseerd op een Brussels project: Recyclis. Er werd ook een coöperatieve vennootschap van afvalophalers opgericht.
  • Lancering van een oproep in het kader van ontwikkelingssamenwerking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daartoe werd 100.000 euro toegekend aan de ngo “Group One” voor de implementatie van een centrum voor herstelling van ICT-uitrusting en duurzaam beheer van afval (gsm’s en pc’s) in Lubumbashi.

Jean-Michel Verdin

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin

WE KIEZEN VOOR DIVERSITEIT

Als overheidsinstelling willen we een voorbeeld zijn op vlak van gelijke kansen en diversiteit. Een doelstelling die begint met een taak voor onze eigen instelling. Zo werd bijvoorbeeld een actieplan inzake diversiteit van het personeel ingevoerd, teneinde de principes van non-discriminatie, diversiteit en gelijkheid tussen vrouwen en mannen, te bevorderen.

Bovendien werden in 2015, voor de eerste keer, subsidies voor “diversiteit” toegekend aan gewestelijke instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met de bedoeling het diversiteitsbeleid bij de gewestelijke ambtenarij aan te moedigen. Deze subsidie beoogt de ondersteuning en stimulans van aanwervingen bij de gewestelijke openbare instellingen van werkzoekenden uit wijken met een hoge werkloosheidsgraad.

We beperken ons niet tot het institutionele domein: Brussel Gewestelijke Coördinatie voert sensibiliseringsacties en doet onderzoek naar verschillende thema’s voor verschillende doelgroepen op het gewestelijke grondgebied. BGC kent ook subsidies toe voor de promotie van gelijke kansen, en werkt in nauwe samenwerking met de betrokken diensten mee aan de omzetting van de Europese richtlijnen in verband met de strijd tegen discriminatie. BGC volbrengt ook de aanzienlijke taak van het versterken van de wetgeving ter zake, op niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een voorbeeld van het werk dat het op dit domein heeft gepresteerd, is te vinden op pagina 11 van dit verslag.

In 2015 heeft de GOB ook een projectoproep uitgeschreven om te komen tot meer woningen voor intergenerationeel wonen, een woonformule waar jonge volwassenen, families en senioren samenwonen en zo dagelijks gestalte geven aan complementariteit en solidariteit.

Wij werken niet alleen! We zijn ook werkzaam in dit domein dankzij de plaatselijke besturen, belangrijke pijlers in het gewestelijke beleid voor gelijkheid van kansen en diversiteit, of door in samenwerking met Actiris, het plan voor diversiteit bij Brusselse ondernemingen en verenigingen ingang te laten vinden.

De diversiteit binnen de GOB: de CAP’s als voorbeeld

De overeenkomst voor beroepsaanpassing (CAP, uit het Frans ‘contrat d’adaptation professionnelle’) geeft een persoon met een handicap de mogelijkheid een opleidingsperiode in reële arbeidsomstandigheden door te maken, als voorbereiding op zijn/haar professionele inschakeling op de reguliere arbeidsmarkt. In 2015 liepen er 9 CAP’s bij de GOB. Onze doelstelling voor 2016? +25% CAP’s.

Olha Hulyuk, Directie Human Ressources (Brussel Gewestelijke Coördinatie), secretaresse via CAP

Hoe is uw aankomst bij de GOB verlopen?

Ik heb een motorische handicap. Tijdens mijn deelname aan een jaarlijks evenement, de Duoday, werd mij een betaalde ontdekkingsstage bij de DHR voorgesteld. De collega’s hebben mij goed onthaald en een van hen werd aangewezen als mijn begeleider. Deze begeleider was steeds beschikbaar voor het beantwoorden van mijn vragen, om mijn installatie en integratie in het team vlot te laten verlopen. Ik werd op geen enkele manier gediscrimineerd. Bovendien werd mijn bureaustoel aangepast aan mijn behoeften en kreeg ik een rugkussen.

Hoe komen uw competenties tot hun recht in uw functie?

De competenties die ik heb verworven tijdens mijn opleiding en in mijn vorige job zijn zeer nuttig om mijn dagelijkse taken beter uit te voeren. Bovendien is het een job zonder routine waarvoor ik dynamisme en autonomie aan de dag kan leggen.

Hoe is uw werkomgeving aangepast aan uw handicap?

Ik werk in het stadscentrum en woon in de buurt van het kantoor, wat zeer handig is.

Hoe zijn de relaties met uw collega’s?

Het is een voordeel op het secretariaat te werken en de SPOC van de directie te zijn; zo heb ik veel contacten met zowel de collega’s van de DHR als met andere medewerkers van de GOB. Dat roept veel sympathie bij hen op en ik ben tevreden met de kwaliteit van de relaties met mijn collega’s.

Patricia Meys

Intergenerationeel samenwonen : uitschrijving van 17 projecten

Brussel Economie en Werkgelegenheid promoot ook de diversiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het concept van de intergenerationele samenwoning beoogt de organisatie van het samenwonen van jonge volwassenen, gezinnen en senioren met het oog op complementariteit en solidariteit in het dagelijks leven. In 2015 schreef de directie Huisvesting van Brussel Stedelijke Ontwikkeling een oproep uit aan de Sociale Verhuurkantoren (SVK’s), de Verenigingen voor Integratie via Huisvesting, de gemeenten en de OCMW’s, voor projecten rond dit thema. Deze oproep beoogt het verhogen van het aantal woningen voor intergenerationeel wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij laat ook de ontwikkeling van nieuwe partnerschappen toe en maakt het mogelijk het grote publiek te sensibiliseren voor deze alternatieve vorm van samenleven.

Met een budget van 1,2 miljoen euro worden 17 projecten gefinancierd, goed voor 130 intergenerationele woningen tegen eind 2018. Vernieuwende ervaringen die moeten geëvalueerd en, zonder twijfel, herhaald worden.

Bruno Nys

Een recordjaar voor de diversiteitslabels

BEW en Actiris moedigen bedrijven en verenigingen aan die zich minstens twee jaar engageren om een diversiteitsplan te volgen. Een onderneming of een vereniging wiens “diversiteitsplan” wordt goedgekeurd door Actiris, ontvangt een subsidie. Indien Actiris vervolgens de uitvoering van dat diversiteitsplan een positieve beoordeling geeft, kan de onderneming of de vereniging een “diversiteitslabel” vragen bij Brussel Economie en Werkgelegenheid.

2015 was een recordjaar aangezien niet minder dan 21 organisaties werden beloond met een diversiteitslabel voor de acties die ze ondernamen om de diversiteit van hun personeel en de communicatie met hun klanten te intensiveren. De acties zijn gericht op specifieke doelgroepen: jonge werknemers onder de 26 jaar, buitenlandse onderdanen, werknemers met een handicap, werknemers van 45 jaar of ouder en laaggeschoolde werknemers. Het aspect “gender” wordt niet vergeten.

Cécile Myster

Een duwtje in de rug voor de diversiteit en de gelijke kansen in de gemeenten

Het Gewest ondersteunt diversiteit en gelijke kansen via de lokale administraties. De gemeenten onderhouden nauwe betrekkingen met de bevolking waardoor ze een belangrijke schakel vormen in het gewestelijke beleid voor gelijke kansen en diversiteit.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stelt alles in het werk om diversiteit en gelijke kansen te ondersteunen door middel van ordonnanties en besluiten. Het is geen toeval dat sommige van die voorschriften specifiek de lokale Brusselse ambtenarij betreffen. Die blijkt immers een belangrijke hefboom te zijn in het beleid ter bevordering van diversiteit. Met bijna 47.000 personeelsleden vormen de Brusselse plaatselijke besturen (gemeenten, intercommunales, OCMW’s, …) immers een belangrijke bron van werkgelegenheid in ons Gewest.

brussel plaatselijke besturen aan het roer

Bij de GOB is Brussel Plaatselijke Besturen belast met de uitvoering van dit beleid, door middel van twee belangrijke subsidies:

De subsidie “diversiteit in de Brusselse ambtenarij”, verleend in uitvoering van artikel 3 van de ordonnantie van 04.09.2008, zet de lokale administraties aan om werkloze werkzoekenden uit wijken met een hoge werkloosheidsgraad aan te werven. BPB kende in 2015 voor deze aanmoedigingssubsidie één miljoen euro toe aan de lokale besturen. In de periode 2014-2015 ging het om niet minder dan 569 arbeidscontracten. Naast het financiële aspect, hebben Brussel Plaatselijke besturen en Actiris ook actief meegewerkt aan sensibiliserings-, informatie- en begeleidingsacties rond “diversiteit” bij de plaatselijke besturen, waarbij speciale aandacht besteed werd aan de uitwerking van de diversiteitsplannen waarin voornoemde ordonnantie voorziet.

57 nieuwe betrekkingen voor stagiairs die de alternerende opleiding hebben gevolgd

Een andere door BPB uitgevoerde regeringsmaatregel heeft ook betrekking op gelijke kansen door ondersteuning van de socioprofessionele inschakeling van laaggekwalificeerde jongeren.

Op deze manier zet Brussel Plaatselijke Besturen de gemeenten aan jongeren uit het deeltijdsonderwijs aan te werven. Het gaat hier om een bijzondere pedagogische maatregel die in 1983 werd genomen. Het doel bestaat erin jongeren vanaf 15 jaar langer op school te houden, met een deeltijds uurrooster zodat ze tijd hebben om elders concrete werkervaring op te doen, in de vorm van een betaald deeltijds contract (3 dagen/week).

Dankzij deze opleiding, voor de Franstalige Gemeenschap in een van de vijf Brusselse Centres de Formation en Alternance (CEFA), of voor de Vlaamse Gemeenschap in een van de drie centra voor deeltijds onderwijs (Centra voor Deeltijds Onderwijs, CEDO), en de stage bij de gemeenten, kunnen de jongeren zich voorbereiden op verschillende beroepen: administratief medewerker, automonteur, elektricien, verwarmingsmonteur, tuinman, …

In 2015 heeft de BPB 57 nieuwe betrekkingen bij 16 gemeenten gesubsidieerd voor stagiairs uit het deeltijds onderwijs voor een totaalbedrag van 570.000 euro.

De subsidie vergoedt de lonen die de gemeenten betalen aan die jongeren met een SBO-contract (Startbaanovereenkomst) type II (deeltijds arbeidscontract + opleiding) van onbepaalde duur, of met een bepaalde duur van minstens 6 maanden.

De mentor(en) bij de gemeentebesturen is/zijn verantwoordelijk voor de ontvangst, de omkadering en de begeleiding van jongeren in hun professionele ontwikkeling, voor de beoordeling van hun competenties en hun vooruitgang in de opleiding. De subsidie dekt ook de opleidingskost.

Grégory Dôme

Financiering, sensibilisering en delen van ervaringen

Brussel Plaatselijke Besturen stelt fondsen ter beschikking van de lokale administraties die vernieuwende projecten willen opstarten, op het vlak van:

  • Etnisch-culturele diversiteit;
  • Geslacht (gelijkheid van vrouwen en mannen);
  • Strijd tegen partner- en intrafamiliaal geweld;
  • Gelijke kansen, in ruime zin (gehandicapten, LGBT, etnische en religieuze minderheden).

Elk jaar wordt een projectoproep uitgeschreven. In 2014-2015 werden 30 projecten in 13 gemeenten geselecteerd en gesubsidieerd door Brussel Plaatselijke Besturen, voor een totaalbedrag van 117.990 euro.

Naast het beheer van de subsidies, heeft BPB ook nog gezorgd voor het ondersteunen en in netwerk brengen van de gemeentelijke ambtenaren en schepenen die verantwoordelijk zijn voor gelijke kansen en diversiteit. Enkele acties die werden ondernomen zijn onder andere: opleidingen, uitwisseling van goede praktijken alsook de organisatie van ontmoetingen en studiedagen.

Daarenboven heeft Brussel Plaatselijke Besturen in 2015 verder werk gemaakt van de sensibilisering inzake ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op het lokale niveau. Het organiseerde daarvoor op 22 oktober een eendaags congres in Flagey. Het thema van dit jaar betrof gemeentelijke genderbudgetten.

Het congres was een onverdeeld succes met de aanwezigheid van vele schepenen en gemeentelijke ambtenaren, maar ook een delegatie van de stad Wenen die een uiteenzetting heeft gegeven over haar avantgardistische praktijken op het vlak van genderbudgetten. Alle bijdragen van die dag zullen gepubliceerd worden in de “Cahiers van Brussel Plaatselijke Besturen”

horizontal rule - iris / séparateur - logo irisnaar begin

WE BEHEREN DE FINANCIËN OP EEN VERANTWOORDE MANIER

Onder begeleiding van ons bestuur Brussel Financiën en Begroting zijn we belast met alle opdrachten die verband houden met de ontvangsten en de uitgaven van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: van het opmaken en opvolgen van de begroting over het voeren van een boekhouding tot de controle van het goede financiële beheer.

Vanuit dit oogpunt van verantwoordelijk beheer zorgt een proces zoals de beheerscontrole ervoor dat de verantwoordelijken van de administratieve eenheden zich ervan kunnen vergewissen dat de nodige middelen verkregen worden en doeltreffend, doelmatig en zuinig worden gebruikt om de doelstellingen van de gewestelijke entiteit te kunnen realiseren. Zo begeleidt de beheerscontrole de operationele actoren bij het realiseren van hun prestaties door een sleutelrol te vervullen bij het anticiperen op de resultaten en door bepaalde personeelsaanvragen te objectiveren. Dit proces is zóveel meer dan een besluitvormingstool. Het vormt vooral een meerwaarde voor het werk en het dagelijkse welzijn. Een krachtige beheerscontrole maakt eveneens deel uit van goed bestuur en oefent er een versterkende invloed op uit.

Het gewestelijk SAP-platform is een middel dat aansluit bij de doelstellingen van de regeringsverklaring om van Brussel een Smart City te maken en de bestaande tools ter beschikking te stellen van de andere besturen zodat de ambtenaren efficiënter kunnen werken.

 

Studiedag in het teken van beheerscontrole

Op 19 januari 2016 vond er een seminarie plaats over het thema prestatiemanagement (beheerscontrole). Dit evenement, dat georganiseerd werd door Brussel Financiën en Begroting, vond plaats in het auditorium van het BEL, op de Tour & Taxis-site in Brussel.

Het seminarie over prestatiemanagement begon met een conferentie tijdens de ochtend. Vier sprekers namen het woord in het auditorium van het BEL in Brussel.

Sprekers uit de academische wereld

De heer Werner Bruggeman, emeritus professor aan de Universiteit Gent, opende de dag met een presentatie over het verband tussen prestatiemeting en de motivatie van medewerkers en managers. In dat verband heeft hij ons een door hem uitgewerkt concept toegelicht: de “committed coalition”. Het gaat om een kwaliteitsforum dat bestaat uit de meest geëngageerde personen binnen de organisatie. Deze benadering werkt zeer verhelderend in een context van veranderingen.

De tweede spreker, mevrouw Anne Chanteux, professor aan de Université de Liège, focuste op het verschil tussen de klassieke boordtabel en de balanced scorecard (methode van prospectieve boordtabel) en de keuze tussen beide tools. Na opsomming van de kenmerken van beide tools, gaf de professor haar advies. Ze vond dat het voor overheidsinstellingen beter was een hybride tool op maat te maken, op basis van de sterke punten van elk van beide oplossingen. Volledig uitvoeren van de balanced scorecard methode zou inderdaad wel eens een lastige oefening kunnen worden met veel inzet van menselijke middelen.

federale overheidsinstellingen aan het woord

De twee volgende sprekers waren afkomstig uit federale overheidsinstellingen. De heer Marc Rogiers, directeur-generaal interne controle en procesbeheer bij de RVA, lichtte toe hoe de invoering van prestatiemanagement is verlopen bij zijn instelling. Hij beschreef niet enkel de gebruikte tools (strategische en operationele plannen, boordtabellen, kostprijscalculatie, SWOT-analyse enzovoort) maar ook de mentaliteitswijziging en de strategieën die nodig waren opdat het project zou slagen en kunnen rekenen op de medewerking van hiërarchie en medewerkers.

Mevrouw Ann Van Cauwenbergh, adviseur-generaal/directeur-generaal van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering van de FOD Financiën heeft de methoden voorgesteld die bij haar administratie worden gebruikt om tot een efficiënt en door alle medewerkers gedeeld prestatiemanagement te komen (balanced scorecard, prestatie-indicatoren, specifiek informaticaprogramma, netwerk van correspondenten, strategisch charter, driemaandelijkse vergaderingen enzovoort).

Concept van het besproken prestatiemanagement

Tijdens de namiddag van deze seminariedag (bestemd voor de personeelsleden van de GOB) werd er in gespreksgroepen gewerkt. Het doel bestond erin na te denken over het concept van prestatiemanagement. Onderstaande vragen werden besproken:

Wat waren volgens u de kernwoorden uit de conferentie in de ochtend?
  • (Intrinsieke) motivatie
  • Participatie – Co-creatie
  • KPI of kritieke prestatie-indicatoren (die het mogelijk maken om het realiseren van doelstellingen te monitoren)
  • Communicatie – transparantie
  • Visie – doelstellingen
Waarin ligt volgens u de toegevoegde waarde van prestatiemanagement?
  • Personeelsleden bewust maken van hun rol binnen de organisatie
  • Dingen zichtbaar maken (werkvoortgang, resultaten, werkingsproblemen, klantentevredenheid)
  • Objectiveren – vergelijken
  • Een bestaan als organisatie mogelijk maken
  • Kennis, transparantie verhogen
  • Focussen en verbeteren
Welke risico’s, beperkingen en/of voorwaarden zijn er verbonden aan een succesvolle toepassing van prestatiemanagement bij de GOB?
  • Doelstellingen goed definiëren (evenwichtig, op lange termijn)
  • Kernindicatoren goed kiezen (zowel kwantitatief als kwalitatief)
  • Niet bang zijn voor indicatoren “in het rood” bij sturingtools (niet behaalde doelstelling), want dit betekent dat er nog ruimte voor verbetering is: een rode indicator vormt een alarmsignaal om beslissingen te nemen en corrigerende acties op te zetten.
  • Communiceren op alle niveaus
  • Rekening houden met de diversiteit aan vakgebieden bij de GOB
  • Rekening houden met de verbondenheid van de vakgebieden van de GOB met het beleid van de regering
  • Beheersen van gemengde processen waarbij niet alle fasen door dezelfde diensten/administratieve eenheden worden beheerd
  • Nodige tijd laten om de zaken naar behoren te verrichten (rekening houdend met het dagelijks werk)
  • Medewerkers betrekken bij het tot stand brengen van beheersystemen (praktijkervaring)
  • Zorgen voor monitoring van de implementering en het systeem indien nodig bijsturen (regelmatige evaluaties)
  • Niet laten ontaarden in een bijkomende, complexe administratieve procedure, zonder verband met de al bestaande tools
Hoe medewerkers concreet betrekken bij prestatiemanagement?
  • Initiatieven bevorderen die de onderlinge cohesie ten goede komen (teambuilding enzovoort) en die bijdragen tot een betere verstandhouding en een meer efficiënte en doelmatige samenwerking
  • Het werk van de personeelsleden voldoende erkennen
  • Communiceren op alle niveaus (vooral over de reden van de oefening)
  • Voorbeelden: werkgroepen organiseren, iedereen bewust maken van zijn belang binnen de algemene inspanningen van de GOB en het Gewest…
  • Medewerkers enkel betrekken bij aangelegenheden die ze daadwerkelijk kunnen beïnvloeden, zo niet leidt dit tot frustratie
  • Managers blijven opleiden in managementvaardigheden

Mark Dehoux

Mark Dehoux, Dienst Begroting, Begrotingscontrole en Beheerscontrole (Brussel Financiën en Begroting), Directeur-diensthoofd

“Sinds de goedkeuring van het besluit betreffende de beheerscontrole eind 2014 wilde ik bijzondere aandacht besteden aan de verandering inzake werking die deze nieuwe methode zou inhouden. Ik vind het nuttig en nodig onze personeelsleden en hun verantwoordelijken bewust te maken van prestatiemanagement. In 2015 werden er al twee evenementen georganiseerd die gericht waren op leidende ambtenaren en correspondenten wat betreft beheerscontrole van de GOB en de betrokken instanties.

Het eerste evenement had betrekking op de presentatie van het besluit over de beheerscontrole, het project voor IT-implementatie van de beheerscontrole (KOIOS genoemd) zoals geïmplementeerd bij Brussel Fiscaliteit en de sturingsinstrumenten van de GOB (SIM, boordtabellen, POP enzovoort).

Om een voorbeeld te geven van de geslaagde implementatie van beheerscontrole in een gewestelijke instantie, werd op het tweede evenement het prestatiemanagementsysteem, zoals ontwikkeld door Leefmilieu Brussel, voorgesteld.

Met het evenement in begin 2016, dat gericht was op een breder publiek, wilde ik voorbeelden geven van goede praktijken op het federale niveau. Tegelijkertijd leek het me ook erg interessant om het standpunt van de academische wereld over dit onderwerp te kennen.

De feedback die ik kreeg over deze drie evenementen was telkens heel positief. Dat geeft volgens mij aan dat er een reële behoefte was aan informatie over dit nieuwe instrument dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest invoerde.”

 

sapgewest.brussels: synergieën en gedeelde middelen inzake financieel beheer

In 2015 heeft het Gewest het SAP-platform opgezet. Een tool voor algemene, analytische en begrotingsboekhouding bedoeld voor de gewestelijke entiteiten. Marie-Anne Moens, lokale IT-coördinator bij BFB en Nicolas Forget, IT-projectleider, IT-Coördinatie, zullen ons meer vertellen over dit project.

Wat is, in een notendop, het gewestelijk SAP-platform?

Het gewestelijk SAP-platform, sapgewestbrussels, vormt een tool voor algemene, analytische en begrotingsboekhouding. Het wordt, desgewenst, ter beschikking gesteld van autonome bestuursinstellingen (ABI) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit platform maakt het mogelijk de algemene en de begrotingsboekhouding te integreren, gekoppeld aan een kostenbesparing voor de ABI’s, vergemakkelijkt de inachtneming van de OOBBC en zorgt voor de consolidatie van de rekeningen van de instellingen van de gewestelijke entiteit.

Binnen sapgewest.brussels wordt elke entiteit beschouwd als een onderneming van dezelfde groep. Dit laat elke entiteit volledige autonomie inzake boekhoudkundig en begrotingsbeheer en maakt het tegelijk mogelijk de rekeningen van de verschillende entiteiten rechtstreeks vanuit SAP te consolideren. Zoals de naam aangeeft, is deze tool ontwikkeld op basis van de ERP-applicatie SAP, wat de mogelijkheid openlaat om in de toekomst gemeenschappelijke oplossingen te ontwikkelen voor de instellingen van het Gewest.

Wanneer en hoe is het idee ontstaan om een gewestelijk SAP-platform te creëren?

SAP werd in de eerste jaren van de eeuw geïmplementeerd bij de GOB. Het omvat onder meer de algemene en de begrotingsboekhouding, evenals de workflows die in de OOBBC beschreven worden. De toepassing Bru-Budget, die alle ABI’s gebruiken voor het opmaken van hun begroting en overboekingsbesluiten en de mededeling van hun begrotingsuitvoering, is erin geïntegreerd: de SAP-gegevens worden overgenomen in Bru-Budget en omgekeerd, wat het mogelijk maakt de algemene en begrotingsboekhouding in realtime te koppelen.

Sinds een aantal jaren ontving de GOB sporadisch al aanvragen van ABI’s voor het installeren van SAP. Dit is voor één enkele ABI, ongeacht de omvang ervan, een zeer dure aangelegenheid. Hoewel dit aanvankelijk een rem op het project zette, kon het idee van een gemeenschappelijk platform hierdoor rijpen.

Begin 2015, bij de voorstelling van de praktische gids voor de ABI’s, werd de vraag geformuleerd door meerdere instellingen tegelijk. Dit gewestelijk SAP-platform sluit bovendien aan bij de doelstellingen van de regeringsverklaring om van Brussel een Smart City te maken en de bestaande tools ter beschikking te stellen van de andere besturen zodat de ambtenaren efficiënter kunnen werken.

De regering heeft dan in maart 2015 eerst beslist een voorstudie te laten uitvoeren. Aan de hand van deze voorstudie konden de kosten en de implementatiewijze van het gewestelijk SAP-platform worden bepaald en kon de keuze van de oplossing worden gevalideerd. Vervolgens stemde de regering op 16 juli 2015 in met de uitrol van het gewestelijk SAP-platform voor de eerste twee proefinstellingen om tegemoet te komen aan de formele en uitdrukkelijke vraag van de gebruikers (ABI’s) en aan de noodzaak om de rekeningen op gewestelijk niveau te consolideren.

In de loop van 2015 konden IT-Coördinatie, Brussel Financiën en Begroting en het SAP Team naar aanleiding van die beslissing samen het platform definiëren en opzetten, alsook de gebruikers opleiden en de tools bij de twee proef-ABI’s vervangen.

SAP werd dus gekozen als standaard op gewestelijk niveau, met andere woorden als referentieomgeving voor meerdere doeleinden. SAP maakt het in de eerste plaats mogelijk om een tool ter beschikking te stellen die de regels van de OOBBC naleeft.

Wat betekent deze tool concreet voor de ABI’s?

Met sapgewest.brussels kunnen de algemene en de begrotingsboekhouding gekoppeld worden, zoals de OOBBC het voorschrijft. De applicatie stelt ook de workflows voor de vastleggingen en vereffeningen ter beschikking die in voornoemde ordonnantie beschreven worden, op een gemeenschappelijke wijze. Tot op heden moesten de verschillende ABI’s immers zelf de tools ontwikkelen om een algemene en een begrotingsboekhouding te voeren, waaraan grote kosten verbonden waren op financieel en HR-gebied.

Het implementeren van een gewestelijk platform maakt financiële synergie mogelijk, zoals het delen van ontwikkelwerk, het hergebruiken van oplossingen die al bij de GOB worden toegepast en het aanbieden van ondersteuning via het SAP Team van de GOB. Laatstgenoemd team zorgt voor verbeteringen van het platform, opvolging van de ABI’s en ondersteuning zonder een beroep te doen op externe dienstverleners. De toetreding van een nieuwe ABI verloopt ook eenvoudiger dankzij een herbruikbaar model.

Met de nieuwe tool kunnen de inspanningen gedeeld worden: processen die gemeenschappelijk zijn voor alle instellingen moeten maar eenmaal worden geïmplementeerd. Bij het implementeren wordt bewust gestreefd naar uniformiteit. Parallel daarmee zijn de specifieke standaardprocessen (bijvoorbeeld de goedkeuring van facturen door de interne diensten van de instelling) voldoende soepel om aangepast te kunnen worden aan de behoeften van de ABI.

Wat is de rol van de regering en de GOB bij dit project?

De kandidaturen van de ABI’s die wensen toe te treden tot sapgewest.brussels worden onderzocht door een comité met vertegenwoordigers van de kabinetten van Financiën en Begroting, van Informatica, van Brussel Financiën en Begroting, van IT-Coördinatie (GOB) en van het SAP Team (CIBG). Dit comité maakt eventueel een selectie van de aanvragen – ingeval er zich meer ABI’s kandidaat stellen dan er jaarlijks in het platform opgenomen kunnen worden – en analyseert de aanvullende behoeften van de toetredende ABI’s.

Een projectleider binnen IT-Coördinatie en een “business”-projectleider bij Brussel Financiën en Begroting sturen de integratie van de ABI’s in het platform, alsook de implementatie van toekomstige nieuwe modules.

Het SAP Team, ondergebracht bij de GOB, biedt de ABI’s dagelijkse ondersteuning en zorgt voor de eventuele nodige aanpassingen.

Hoeveel ABI’s zijn hierbij betrokken?

Momenteel worden een zestigtal instellingen geconsolideerd door het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Die komen allemaal in aanmerking om in de toekomst opgenomen te worden in het gewestelijk platform. Momenteel zijn twee proef-ABI’s toegetreden tot het platform: Atrium en visit.brussels.

Op 1 januari 2017 zullen drie nieuwe ABI’s en het centraal bestuur van de GGC worden geïntegreerd; de voorbereidingen daartoe zijn al volop aan de gang. Het doel bestaat erin om op 1 januari 2018 vier nieuwe instellingen te integreren. Voor de volgende jaren zullen elk jaar een of twee ABI’s toetreden zodat het platform verder ontwikkeld kan worden.

Hoe verloopt de integratie van een ABI?

Een ABI die wenst toe te treden tot het platform moet een beknopt aanvraagdossier invullen waarin haar huidige tools beschreven worden, evenals haar behoeften en het personeel dat beschikbaar is voor het project. Zo kan worden nagegaan welke werklast verbonden is aan het integreren van de betrokken ABI in het SAP-platform. Het toetredingscomité bevestigt de aanvaarding van het dossier aan de ABI.

De eigenlijke integratie in het platform wordt gerealiseerd met de hulp van een externe partner, onder leiding van IT-Coördinatie en in samenwerking met het SAP Team en Brussel Financiën en Begroting. Er vinden workshops plaats om de eventuele behoeften te analyseren en aan de referentiegebruikers worden opleidingen verstrekt. Er wordt voorzien in een testperiode voordat de instelling daadwerkelijk van start gaat in het platform.

Wat de kosten betreft, wordt een eenmalige bijdrage van 50.000 euro gevraagd aan de ABI, terwijl voor het onderhoud jaarlijks 5.000 euro wordt aangerekend. Dit bedrag omvat een aantal licenties zodat er voor een kleine ABI geen bijkomende kosten meer zijn.

Het implementeren van bijkomende modules (bijvoorbeeld HR) wordt behandeld door het Gewest indien deze modules gedeeld kunnen worden. Zo kunnen de functies van het platform na verloop van tijd worden uitgebreid. Als de gevraagde module bestemd is voor gebruik door één enkele instelling, vallen de kosten ten laste van de aanvragende ABI. Het project wordt dan niettemin gevolgd door een projectleider van IT-Coördinatie en het SAP Team zodat de oplossing goed past binnen het platform als geheel.

Wat zijn de voordelen voor de ABI’s die toetreden tot het platform?

ABI’s die toetreden tot het platform hergebruiken bestaande en beproefde technische competenties en omgevingen.

Dankzij sapgewest.brussels wordt vermeden dat elke ABI “het wiel opnieuw moet uitvinden”. De basisvereisten van de OOBBC zijn vervuld in de ter beschikking gestelde omgeving: koppeling van de algemene, de begrotings- en de analytische boekhouding. Bovendien is ontwikkelwerk dat voor een ABI wordt gerealiseerd, rechtstreeks overdraagbaar naar alle andere instellingen.

Bij IT-Coördinatie kwam een “SAP Competence Center” tot stand. Dankzij de zo opgebouwde kennis van het SAP-platform kunnen de consultancykosten worden beperkt en kan een link worden gelegd met niet-boekhoudkundige toepassingen.

Wat zijn de toekomstperspectieven van de ontwikkeling van het platform?

Het doel bestaat erin in de toekomst het aantal gebruikers van het platform te verhogen. In 2016 zullen de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (DBDMH), het centraal bestuur van de GGC, het Brussels Planbureau (BPB) en Brussel Preventie & Veiligheid (BPV) toetreden tot het platform.

Ook zullen de vragen van de ABI’s worden geanalyseerd om het functioneel bereik van het platform te verruimen. Zo zullen bijvoorbeeld de functies van de facturatiemodule worden uitgebreid en wordt er de komende jaren meer dan waarschijnlijk een HR-module geïntegreerd. Daarnaast zal de functie “e-invoicing” (ontvangen van elektronische facturen) via Mercurius – een Europese verplichting – worden geïmplementeerd.

In 2016-2017 zal het platform worden gemigreerd naar S/4 HANA, de “up-to-date” versie van SAP, om ten volle gebruik te kunnen maken van de voordelen van een moderne en efficiënte omgeving.

Marie-Anne Moens

Nicolas Forget

woordenlijst

OOBBC: Organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle.

ERP: Enterprise Resource Planning. Beheersapplicatie.

CIBG: Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest

Mercurius: gecentraliseerd platform bedoeld voor het ontvangen van elektronische facturen. Ontwikkeld door de Europese Unie onder de naam e-Prior en overgenomen door Fedict

S/4 HANA: nieuwe generatie SAP-software

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin

WE DELEN ONZE ERVARING
EN STEUNEN UW PROJECTEN

De GOB beschikt over tal van experts die in vele domeinen gespecialiseerd zijn: fiscaliteit, archeologie, humanresourcesmanagement en voedingsanalyses. Onze instelling stelt deze expertise en middelen ter beschikking van burgers en verschillende gewestelijke actoren.

Het Gewest kan trouwens rekenen op een nieuwe expert Ruimtelijke Ordening om de ambitie inzake bouwkunst waar te maken! Begin 2015 begon Kristiaan Borret aan zijn mandaat als Brussels bouwmeester. Zijn functie bestaat erin om in een vroeg stadium toe te zien op de kwaliteit van bouwwerken. Dit voor wat betreft architectuur, stedenbouw en openbare ruimte. Vanuit dit oogpunt heeft de regering zijn takenpakket uitgebreid door hem meer bepaald de opdracht toe te vertrouwen om de kwaliteit van de grote bouwprojecten te verbeteren. Hierdoor beperkt de bouwmeester zich niet enkel meer tot de openbare sector: hij werkt eveneens voor de privésector en wil duidelijk aantonen dat ook daar de zaken op een andere manier kunnen worden benaderd.

Onze expertise en onze middelen stellen we ook ten dienste van uw projecten! Het documentatiecentrum van Brussel Stedelijke Ontwikkeling stelt documentatiebronnen over de geschiedenis van het Gewest, het bouwkundig erfgoed, archeologie, stedenbouw en ruimtelijke ordening ter beschikking van medewerkers en specialisten. Het werd in 2015 substantieel uitgebreid door de overname van de bibliotheek van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Dankzij een vlottere bereikbaarheid en ruimere bezoektijden is het eveneens makkelijker toegankelijk voor het grote publiek.

Het “Brussels Exporter STarters Program” wil bedrijven vertrouwd maken met de technieken van de internationale handel. De eerste editie in 2015 kende een onverwacht groot succes, net zoals de examencommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die ook haar eerste bestaansjaar kende.

In 2015 is het BISA actief geworden op sociale media. Dit om meteen informatie door te kunnen sturen naar een mogelijk geïnteresseerd doelpubliek. Op de website van het instituut kon men al terecht voor alle overheidsstatistieken die verband houden met de verschillende facetten binnen het Gewest: economie, bevolking, huisvesting, mobiliteit enzovoort.

Eerste BEST 2015

De eerste editie van BEST – “Brussels Exporter STarters Program” heeft bedrijven vertrouwd gemaakt met de technieken van de internationale handel. Sommigen droomden misschien meteen al van verre oorden, maar het werd hen al snel duidelijk dat er goed moet worden nagedacht over een exportplan en een financieel plan.

Veertien Franstalige kandidaten schreven zich in maart 2015 voor het eerst in voor het BEST-programma. Dertien van hen werkten de opleidingsmodule af waarna de meesten op aangrenzende markten aan de slag gingen. Voor de tweede, Nederlandstalige sessie in het najaar meldden zich vijf ondernemingen aan.

Onontgonnen terrein

Stefaan Lenaerts is attaché en project manager bij Brussel Invest & Export. Samen met zijn collega Laurent Lamberts vormt hij de drijvende kracht achter het project. Voordien volgde hij een opleiding buitenlandse handel bij UNIZO (De Unie van Zelfstandige Ondernemers) naar rato van twintig sessies van elk 3.30 uur.

“Tijdens handelsmissies en netwerkmomenten in Brussel merkte ik soms een gebrek aan ervaring zowel bij grote als kleine bedrijven”, gaat hij van start. “Dit project kwam dan ook tegemoet aan een specifieke behoefte.”

Dan kwam het er nog op aan om kandidaten te vinden voor de opleiding. Een maand voor het begin van de sessie hadden zich nog maar vier of vijf bedrijven ingeschreven. Er werd dan ook intensiever gezocht en een versnelling hoger geschakeld om partners te vinden.

“We plaatsten eerst advertenties in onze elektronische newsletters, op onze website en via onze sociale media. Dan deden we ook een beroep op BECI en Impulse voor de nodige reclame. Vervolgens gingen we flyeren (be best – be.brussels) in bedrijvencentra. Onze aanwezigheid op de Beurs Ondernemen, tot slot, heeft ervoor gezorgd dat we onze doelstellingen hebben gehaald”, gaat de project manager verder. De module, tegen de bescheiden prijs van 250 euro per bedrijf, stippelde een inspirerend traject uit dat in goede banen werd geleid door zorgvuldig uitgekozen coaches. Onder de kandidaten werd slechts een persoon niet geselecteerd. Hij zal, beter voorbereid, opnieuw een kans wagen in 2016. Toch moet de selectieprocedure worden verfijnd aangezien “bepaalde bedrijven nog alles moeten opzetten terwijl andere dan weer veel ervaring hebben op het gebied van export”, merkt Stefaan Lenaerts op. Deze niveauverschillen verklaren waarom een deelnemer is gestopt en ze hebben er ook mee voor gezorgd dat twee exportplannen maar gedeeltelijk werden afgewerkt.

Uitwerking van een volwaardig business plan

In een tempo van een avond om de twee weken werden er vijf coachingsessies georganiseerd die dieper ingingen op verschillende facetten van buitenlandse handel: exportdiagnose bij elk bedrijf en bepaling van het internationale aanbod, internationale marketing, export in de praktijk en de rol van Brussel Invest & Export, wettelijke en financiële onderdelen, het financieel plan en het exportplan.

Het is binnen de Nederlandstalige sessie met vijf deelnemers dat de individuele begeleiding echt duidelijk naar voren kwam. De coach met Braziliaanse roots leidt haar eigen consultancybedrijf dat gespecialiseerd is in import/export in Brugge. “Ze heeft een enorme uitstraling, aldus Stefaan Lenaerts, ze voelt zaken heel goed aan, kan zich makkelijk inleven in de dagelijkse realiteit op de werkvloer en geeft zeer concrete voorbeelden.”

Behalve het beperkte aantal kandidaten, biedt de sessie nog een andere troef: een homogeen ervaringsniveau. Maar binnen beide sessies, “was er sprake van uitermate constructieve interactie tussen de coach, de bedrijven en onszelf”, preciseert de attaché.

Om de gedachtewisseling makkelijker te maken, zat iedereen bij elke sessie naast iemand anders. Er werd tweemaal een rondvraag gedaan. “Deelnemers moesten dan aangeven hoe ze zich aan het begin en aan het eind van de avond voelden, wat op heel wat gelach werd onthaald”, vertelt Stefaan Lenaerts geamuseerd. De broodjespauze van een halfuur zorgde voor een eens zo gemoedelijke sfeer.

Naar het einde van de module toe werd er met elk bedrijf een vertrouwelijke dialoog gevoerd. De exportplannen van de bedrijven werden zeer grondig geanalyseerd en, als stimulerend effect, werd er een actieplan aan toegevoegd waarin de diensten van Brussel Invest & Export werden opgenomen. Ook een gelegenheid voor de bedrijven om hun coaching te evalueren: “De reacties waren allemaal heel positief, weet de project manager te waarderen, ook al vonden sommigen het jammer dat er af en toe concrete elementen ontbraken.”

onderhandelingen in het vooruitzicht

In de laatste fase van het BEST-programma wagen de kandidaten zich op de buitenlandse markt. Dankzij de steun van economische en handelsattachés van Brussel Invest & Export doen ze vandaag prospectie in Frankrijk, Nederland, Duitsland en Engeland met de ambitie om geselecteerde prospects te overtuigen. Voorbeelden: een producent van biochocolade is onderhandelingen aangegaan met chocolade-importeurs in Londen, een hightech bedrijf heeft samengezeten met Duitse lokale instellingen om oplossingen voor energiebeheer te promoten en een bedrijf gespecialiseerd in hoogwaardig timmerwerk en meubelwerk plukt de vruchten van de prospectie van de economische en handelsattaché bij alle Parijse binnenhuisarchitecten.

“In het begin willen de managers overal exporteren, naar Brazilië, naar China…, legt Stefaan Lenaerts uit. Nadien komen ze tot het besef dat het niet evident is om hun producten te exporteren, zelfs binnen de Europese Unie, waarna ze zich dan gaan richten op de buurlanden.”

Programma verder uitwerken

Ook al bevindt het BEST-programma zich nog in de proefdraaifase, toch spreekt de initiatiefnemer van deze eerste editie al van een succes. Maar er is ook kritiek, hij waarschuwt: “de beste kandidaten moeten worden geselecteerd, ze moeten bewust worden gemaakt van risico’s en moeilijkheden die komen kijken bij export, want het enthousiasme is zeer groot in het begin!” Kortom, het is aan Brussel Invest & Export om de dromen wat bij te stellen en de bedrijven de noodzakelijke tools aan te reiken.

Andere belangrijke elementen: “Van het financieel plan en het business plan moet al een ruwe versie voorhanden zijn vóór aanvang van de sessie”, benadrukt Stefaan Lenaerts. Ook al “beschikken de bedrijven, bij afsluiting van het programma, over een draft van het exportplan en hebben ze voldoende advies gekregen om het verder af te werken. We kunnen ze trouwens later nog helpen i.v.m. specifieke aspecten”, maakt hij duidelijk. Zo zijn er momenteel twee bedrijven die hun waardepropositie en marketingplan verder uitwerken. Twee andere hebben hun exportplan afgewerkt maar beschikken nog niet over het vereiste verkooppersoneel om internationale markten aan te boren.

Verrassing: het programma heeft nóg onverwacht succes met zich meegebracht. Twee bedrijven, actief in de delicatessenbranche, hebben na het programma hun producten aangeboden op dezelfde beurs. Het ene bedrijf heeft definitief de BYEP(1)-deelnemer aangeworven die voordien bij het andere bedrijf had stage gelopen. “En ik heb onlangs vernomen dat twee bedrijven gespecialiseerd in IT-oplossingen samen besloten hebben om dezelfde consultant aan te nemen voor hun project”, zegt Stefaan Lenaerts opgetogen.

Deze eerste editie is veelbelovend en BEST 2016 wordt beslist een groot succes.

Marianne Debrie

(1) BYEP of “Brussels Young Exporters Program” van Brussel Invest & Export leidt jonge werkzoekenden met een master- of bachelordiploma op in de technieken van de internationale handel. De meesten onder hen vinden een job na een theoretische opleiding gevolgd door een bedrijfsstage van zes weken en een prospectie in het buitenland voor het onthaalbedrijf.

Het documentatiecentrum van BSO verhuist

In 2015 is het documentatiecentrum van Brussel Stedelijke Ontwikkeling verhuisd naar niveau 1.5 van de CBN (boven het Noordstation) om vlotter toegankelijk te zijn voor het publiek. Bezoektijden werden om dezelfde reden uitgebreid.

Het documentatiecentrum werd substantieel uitgebreid door de overname van de bibliotheek van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Ongeveer 1551 werken en 3539 tijdschriften, waarvan vele oude publicaties, zijn bij de collectie gevoegd.

Twee projecten werden afgerond: het opzetten van een mediatheek (catalogus beeldcollecties) en het migreren van de bibliotheekcatalogus die nu online kan worden geraadpleegd.

De ontwikkeling van de website Hemels Brussel (www.hemelsbrussel.brussels) -waarmee oude en actuele luchtfoto’s van het Gewest in beeld kunnen worden gebracht- wordt voortaan helemaal voortgezet vanuit het documentatiecentrum.

Benoît Périlleux

Toegang: voor personen die niet tot de GOB behoren, is toegang uitsluitend mogelijk op afspraak.

Informatie en afspraken : T. 02 204 24 96 – bibmonument@gob.brussels

Bijna 3.300 inschrijvingen voor de Brusselse examencommissie!

Onverwacht groot succes voor de eerste Brusselse examencommissie.

In het eerste bestaansjaar kende de examencommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – opgericht in januari 2015 binnen Brussel Economie en Werkgelegenheid, als gevolg van de zesde staatshervorming – een onverwacht groot succes. Zo schreven meer dan 3.917 kandidaten zich in om een examen af te leggen. Meer dan het dubbele dan de inschatting van de FOD Economie, belast met deze materie vóór de regionalisering. In totaal werd 84% van de ingeschreven personen uitgenodigd om zich aan te melden voor hun examen tijdens een van de 266 proeven georganiseerd door de examencommissie.

De examencommissie: examen voor toegang tot een beroep

Maar wat is de examencommissie nu precies? Haar rol bestaat in het organiseren van examens die aan toekomstige ondernemers de kans bieden om een certificaat te behalen i.v.m. hun competenties. Bijvoorbeeld op het gebied van management, haarkappen, horeca of bouwberoepen. Elke kandidaat-ondernemer moet bijvoorbeeld beschikken over een aantal basisvaardigheden inzake management vooraleer met zijn activiteit van start te gaan. Hoe kan iemand zonder diploma of zonder enige beroepservaring bewijzen dat hij/zij in staat is om zijn/haar bedrijf te leiden? Daar zorgt de examencommissie voor: door succesvol een examen management af te leggen, ontvangen deze kandidaten een certificaat waarmee ze meteen als zelfstandige aan de slag kunnen. Dit geldt ook voor zogenaamde “gereglementeerde” beroepen zoals bakker, schoonheidsspecialiste of chauffagist, die specifieke technieken vereisen.

Gegevens:

Aantal kandidaten ingeschreven voor de examens: 3.917

Aantal beoordeelde kandidaten: 3.293

Vrouwen – mannen: 43% – 57%

Aantal georganiseerde examens: 266

Nelson Garcia Sequeira

Objectiviteit van de informatie

Toegang tot transparante informatie vormt een essentieel element voor burgers. Alle Brusselaars moeten toegang kunnen hebben tot betrouwbare en objectieve gegevens over hun Gewest. Dit wil het BISA, Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse, elke dag voor elkaar krijgen. Zoals de Europese regelgeving voorschrijft, ontwikkelt, produceert en verspreidt het BISA Brusselse gewestelijke statistieken met inachtneming van de wetenschappelijke onafhankelijkheid en op een objectieve, professionele en transparante manier, waarbij alle gebruikers gelijk worden behandeld. Concreet stelt het Instituut, via zijn website www.bisa.brussels, alle openbare statistieken ter beschikking die verband houden met de verschillende facetten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: economie, bevolking, huisvesting, mobiliteit enzovoort. In 2015 is het BISA actief geworden op sociale media (Facebook, LinkedIn en Twitter). Dit om meteen informatie door te kunnen sturen naar een mogelijk geïnteresseerd doelpubliek.

om ER meer over te weten: www.bisa.brusselswww.wijkmonitoring.brussels

145 Brusselse wijken onder de loep

Welke wijk is de jongste of vrouwelijkste van Brussel? In welke wijk vinden we de meeste monumenten? De groenste wijk? Voor alle antwoorden kunt u terecht op wijkmonitoring.brussels, waar een statistisch beeld wordt geschetst van uw wijk.

Drijvende kracht achter deze indicatoren is Carole Thays, sinds acht jaar geograaf en beheerder Wijkmonitoring bij het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse. Haar voornaamste taak: zoveel mogelijk betrouwbare en relevante cijfergegevens verzamelen zodat er een objectief beeld wordt weergegeven van de vele facetten van de wijken binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Carole Thays, Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (Brussel Gewestelijke Coördinatie),
Beheerder van de Wijkmonitoring

Wijkmonitoring beheren: een eenzame job?

Helemaal niet! Carole is weliswaar als enige verantwoordelijk voor het beheer van de website maar de informatie wordt dan weer bezorgd door alle gegevensbeheerders bij BISA. Carole coördineert de informatiestroom en zit samen met alle beheerders om de meest relevante indicatoren uit te werken zodat er een algemeen beeld van Brussel kan worden geschetst.

Zo heeft Carole in januari het thema rond Kinderopvang , waarvoor ze verantwoordelijk is, bijgewerkt. Dit thema omvat verschillende indicatoren over de opvangplaatsen voor kinderen jonger dan drie jaar. Doordat het onder de bevoegdheid van beide Gemeenschappen valt, ontvangt Carole gegevens van ONE (Office de la Naissance et de l’Enfance) en Kind & Gezin, die vervolgens worden gecombineerd om een unieke en coherente databank samen te stellen. Ze controleert onder andere of bepaalde kinderopvanginstellingen niet tweemaal zijn opgenomen. Ze zorgt voor aanpassingen aan het classificatiesysteem inzake kinderopvangcentra dat is opgenomen in beide databanken (op basis van bijvoorbeeld omvang, soort tarief enzovoort). Hiervoor neemt ze regelmatig contact op met ONE, Kind & Gezin of met een hoofdverantwoordelijke van een kinderdagverblijf om bijkomende informatie te verkrijgen. Dit werk neemt gemiddeld twee tot drie weken in beslag.

Dan controleert Carole de hele databank die vervolgens wordt gekoppeld aan wijkmonitoring. De automatisch aangemaakte kaart wordt geanalyseerd, in het bijzonder wat betreft trends ten opzichte van voorgaande jaren. Via deze analyse worden mogelijke fouten opgespoord en vallen bepaalde fenomenen meteen op. Met een muisklik wordt de informatie dan de laatste donderdag van de maand online gezet! De wijkmonitoring wordt zo elke maand met de meest recente beschikbare gegevens bijgewerkt.

2015: wijkmonitoring in een nieuw jasje

In 2015 is de website grondig vernieuwd. Er is nog meer informatie beschikbaar en momenteel is er sprake van 238 indicatoren waarvan sommige zijn opgesplitst naar geslacht. Via opsplitsing naar geslacht kunnen problemen rond ongelijkheid tussen vrouwen en mannen worden opgespoord, bijvoorbeeld op het gebied van werkloosheid. Zo kunnen overheden veel makkelijker de passende maatregelen nemen om tot een oplossing te komen.

Sinds 2015 biedt de website ook nieuwe functies zoals de mogelijkheid om gepersonaliseerde kaarten aan te maken, vlot downloaden van alle indicatoren i.v.m. een bepaalde wijk voor alle beschikbare jaren…

De wijkmonitoring wordt regelmatig bijgewerkt, gemiddeld elke twee jaar, om de gebruikservaring voor bezoekers te verbeteren. De opmerkingen van bezoekers sturen mee de ontwikkelingen naar een nieuwere versie.

Cijfers laten spreken, een ware kunst

Wat is een migratiebalans, een genderkloof? Waar bevindt zich de arme sikkel? Alle antwoorden zijn terug te vinden in het glossarium dat een overzicht geeft van de technische termen die het meest worden gebruikt bij wijkmonitoring. In 2015 heeft Carole deze woordenlijst in HTML-formaat geïntegreerd in de website. Zo hebben bezoekers meteen toegang tot de informatie zonder hiervoor een document te moeten downloaden.

Elke kaart gaat vergezeld van een indicatorfiche die uitleg geeft over de berekeningsmethode van de indicator alsook van een analysefiche die de bezoeker aangeeft hoe de kaart moet worden gelezen. Deze extra informatie is bedoeld om het cijferwerk voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk te maken en interpretatiefouten te vermijden. Laat ons bijvoorbeeld eens kijken naar de opvangplaatsen voor kinderen jonger dan drie jaar: dan zien we dat wijk Vogelenzang – Erasmus (Anderlecht) 3,5 plaatsen telt wat betreft kinderopvang. De analysefiche geeft aan dat twee fenomenen een verklaring vormen voor dit cijfer: in de wijk zijn de kinderdagverblijven voor het personeel van het Erasmusziekenhuis gevestigd en verder wonen er in deze wijk weinig kinderen jonger dan drie jaar (40 in 2013). Dit cijfer betekent dus niet dat alle kinderen van de wijk een plek hebben in een kinderdagverblijf!

Wijkmonitoring: objectieve kijk op de Brusselse diversiteit

Carole houdt vooral van het transversale aspect van haar job. Zo komt ze met veel mensen in contact binnen en buiten BISA en krijgt ze een uitstekend algemeen zicht op de Brusselse diversiteit. Ze benut haar transversale kennis op wijkniveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om publicaties van haar collega’s kritisch te beoordelen of om een eind te maken aan clichés die de kop opsteken tijdens gesprekken met vrienden. Een statistische benadering zorgt voor een objectief debat en maakt het mogelijk om stereotype uitlatingen te nuanceren die de ronde doen.

Wijkmonitoring wordt zo aangewend voor diverse doeleinden: door bedrijven om de sociaaleconomische context te kennen waarbinnen ze opereren, door leraars uit het middelbaar en hoger onderwijs die aan hun leerlingen vragen om hun perceptie van de stad en de cijfers aan elkaar te toetsen…

En hoe wilt u wijkmonitoring gebruiken? Aarzel niet om ons uw feedback te bezorgen via www.wijkmonitoring.brussels!

Line Jussiant

Een performante uitvoering van de interne controle

Brussel Financiën en Begroting werd aangewezen als ‘proefbestuur’ voor de uitvoering van de door de GOB te implementeren interne controle. Om een risico te beheren, moet men het eerst identificeren en vervolgens beoordelen op grond van twee parameters: de waarschijnlijkheid dat het zich voordoet en de impact ervan (financieel, reputatiegewijs …). De beoordeling van een risico maakt het mogelijk er een plaats aan toe te kennen, rekening houdend met de managementprioriteiten, en een toereikende beheersing ervan te waarborgen. De transversale risico’s werden beoordeeld per administratieve eenheid en kregen een plaats in een risicomatrix. Op grond daarvan werd een actieplan uitgewerkt en geïntegreerd in de POP’s van de administratieve eenheden. Dit project maakt het mogelijk eenvoudig te gebruiken instrumenten te ontwikkelen, zoals een inventaris van de processen en de maturiteit ervan, risicobeheer, alsook een methodologische gids. Die moeten zorgen voor de implementatie van dit initiatief bij de andere besturen van de GOB.

Abderrahmane Jaïchi

horizontal rule - iris / séparateur - logo irisnaar begin

We bouwen aan 2016

Zoals u kunt vaststellen ontbrak het in het afgelopen jaar niet aan grote projecten.

Ter illustratie vindt u hieronder een overzicht van onze belangrijkste uitdagingen voor 2016.

Ten eerste moeten we hier zeker de renovatie van de hoofdstedelijke tunnels vermelden, een grote uitdaging voor ons bestuur verantwoordelijk voor mobiliteit. Dat bestuur moet immers het masterplan voor de tunnels uitvoeren, en het moet daarbij bijzondere aandacht schenken aan preventief onderhoud. Ook mogen we de andere prioriteiten van Brussel Mobiliteit niet vergeten, zoals het onderzoek rond en de uitvoering en voortzetting van andere grote projecten zoals de nieuwe tramlijnen 9 en 94 of het doortrekken van de metro tussen Bordet en het Albertplein.

Brussel Economie en Werkgelegenheid zal zich ontfermen over de uitvoering van de nieuwe maatregelen inzake toeristische logies, wat trouwens een nieuwe gewestelijke bevoegdheid is. Voortaan zullen gastenverblijven, studio’s, toerismeverblijven, jeugdherbergen, campings, hotels … – m.a.w. alle toeristische logies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – aan een regelgeving worden onderworpen.

Brussel Plaatselijke Besturen, ons bestuur dat het toezicht op de gemeenten en OCMW’s uitoefent, zal in het bijzonder aandacht besteden aan de beheersing van de gemeentelijke financiën.

Bovendien zal BPB zijn expertise verlenen in het kader van de herziening van de wet op de OCMW’s om hun bestuur aan te passen aan dat van de gemeenten, met het oog op coherentie en goed beheer.

Aansluitend op de al getroffen maatregelen voor de verbetering van het budgettaire beheer van het gewest zal Brussel Financiën en Begroting het Gewestelijke Monitoringcomité oprichten en ook een heel concrete maatregel doorvoeren, namelijk de volledig elektronische betaling van facturen.

Brussel Stedelijke Ontwikkeling zal blijven meewerken aan de hervorming van drie fundamentele wetteksten: het Brussels Wetboek voor Ruimtelijke Ordening (BWRO), de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) en de ordonnantie betreffende de stedelijke herwaardering.

Ten slotte kunnen deze projecten niet tot een goed einde worden gebracht zonder financiering. Brussel Fiscaliteit zal dus voortwerken aan de fiscale hervorming en zal zich met name toespitsen op de onroerende voorheffing.

We zijn ons ervan bewust dat we voor het aangaan van deze uitdagingen opnieuw een sterk beroep zullen moeten doen op onze medewerkers. We zullen dan ook bijzondere aandacht besteden aan hun arbeidsomstandigheden en hun welzijn en daartoe zal Brussel Gewestelijke Coördinatie de acties uitvoeren die werden gepland naar aanleiding van een grote interne enquête die in 2015 werd gevoerd.

Dank voor uw aandacht. Tot volgend jaar.

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin

CONTACT

Gewestelijke Overheidsdienst Brussel en Brussel Gewestelijke Coördinatie Bruxelles Coordination régionale

Kruidtuinlaan 20, 1035 Brussel

T + 32 (0)2 204 21 11

info@gob.brussels

www.overheidsdienst.brussels

Brussel Stedelijke Ontwikkeling

Vooruitgangstraat 80/1, 1035 Brussel

T +32 (0)2 204 17 68-69
stedelijke-ontwikkeling@gob.brussels

www.stedelijke-ontwikkeling.brussels

Brussel Economie en Werkgelegenheid

Kruidtuinlaan 20, 1035 Brussel

T +32 (0)2 800 34 52

economie-werkgelegenheid@gob.brussels

www.economie-werk.brussels

Brussel Fiscaliteit

Kruidtuinlaan 20, 1035 Brussel

T +32 (0)2 430 60 60

fiscaliteit@gob.brussels

www.fiscaliteit.brussels

Brussel Financiën en begroting

Vooruitgangstraat 80/1, 1035 Brussel

T +32 (0)2 204 21 11

financien-begroting@gob.brussels

www.financien-begroting.brussels

Brussel mobiliteit

Vooruitgangstraat 80/1, 1035 Brussel

T 0800 94 001

mobiliteit@gob.brussels

www.mobiliteit.brussels

Brussel plaatselijke besturen

Kruidtuinlaan 20, 1035 Brussel

T +32 (0)2 204 21 11

plaatselijke-besturen@gob.brussels

www.plaatselijke-besturen.brussels

Een klacht ?

klachten@gob.brussels

Deel uitmaken van ons team :

www.brujobs.be

Volg ons op Facebook, Twitter en Linkedin.

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin

Verantwoordelijke uitgever: Christian Lamouline, secretaris-generaal, Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, Kruidtuinlaan 20, 1035 Brussel

Titel van het werk : Wij werken voor u – activiteitenverslag 2015 van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel

Coördinatie: Directie Communicatie, Brussel Gewestelijke Coördinatie, in samenwerking met de communicatie vertegenwoordigers van de besturen en directies

Redactie : Sophie Berthelon, Pieter-Jan De Buyst, Marianne Debrie, Marc Dehoux, Grégory Dôme, Nelson Garcia Sequeria, Dirk Gille, Myriam Goblet, Abderrahmane Jaïchi, Line Jussiant, Cathy Marcus, Patricia Meys, Marie-Anne Moens, Bruno Nys, Matthias Peeters, Geneviève Planchard, Benoît Périlleux, Adrien Poels, Sophie Righi, Camille Thiry, Georges Van den hende, Dieter Van Eeckhout, Jean-Michel Verdin.

Vertaling : Cel vertalingen, Brussel Gewestelijke Coördinatie

Ontwerp en lay-out: Directie Communicatie, Brussel Gewestelijke Coördinatie

Illustratie en fotografie: Gewestelijke Overheidsdienst Brussel en Graphic Obsession tenzij anders vermeld

Met dank aan getuigen en bijdragers

Dit verslag werd afgedrukt op Cyclus Offset en Rainbow papier.

Gesloten formaat 220 x 270 mm.

Druk voltooid te Brussel, op september 2016.

Wettelijk depot: D/2016/11404/1.

©GOB alle rechten voorbehouden

horizontal rule - iris / séparateur - logo iris

naar begin